Twee zwijgzame Roemenen voor de rechter voor mensenhandel in Groningen. 'Ik heb niets te maken met prostitutie'
In dit artikel:
Twee van zes Roemeense verdachten staan deze en volgende week in Groningen terecht voor mensenhandel, seksuele uitbuiting en witwassen. Volgens het Openbaar Ministerie haalde het duo—25 en 49 jaar oud—in 2023 minstens drie vrouwen uit Roemenië naar Groningen om daar gedwongen als sekswerkers te werken. Vier medeverdachten zijn voor een zitting volgende week gedagvaard; oorspronkelijk werden zeven mensen gearresteerd, maar tegen één verdachte werd de zaak geseponeerd.
De zaak kwam aan het rollen na een prostitutiecontrole op 12 april 2023. Agenten troffen toen vrouwen aan in een pand aan de Korreweg en later leidde een afspraak via een site voor extreme seks naar een levering van een vrouw bij Van der Valk Hoogkerk door meerdere mannen. Een politieonderzoek dat in oktober 2023 leidde tot arrestaties bracht volgens justitie een omvangrijk dossier op: getuigenverklaringen van klanten, telefoontaps, observaties, huiszoekingen en uitgebreide analyse van bankgegevens en geldstromen.
De slachtoffers werden online aangeboden voor ‘kinky seks’ en moesten op verschillende locaties in Groningen werken. Ze waren volgens het OM volledig afhankelijk van de verdachten: ze spraken nauwelijks Nederlands of Engels, kenden bijna niemand in Nederland en hadden geen geld om terug te keren. De vrouwen betaalden vaste kosten voor hun kamer (circa 50 euro per dag), werden nauwlettend in de gaten gehouden, vaak bedreigd en uitgescholden, en moesten via berichten contact houden met hun uitbaters voor tariefafspraken en instructies. Klanten merkten soms dat de vrouwen niet vrijwillig werkten.
Op de eerste zittingsdag hielden de twee verdachten grotendeels de mond—“Geen commentaar”, klonk het regelmatig. De 49‑jarige ontkent betrokken te zijn bij prostitutiewerkzaamheden en verklaarde dat hij in Nederland geld had gewonnen met pokeren en zwart had gewerkt in Duitsland. Het Openbaar Ministerie beschouwt Roemenië als een belangrijk knooppunt voor mensenhandel naar West‑Europa en ziet bij de zes verdachten een patroon van winst maken over de rug van geëxploiteerde vrouwen.
De officier van justitie eist tegen de oudste 142 dagen cel (waarvan 60 voorwaardelijk). Tegen de jongste, die volgens het OM schuldig is aan mensenhandel, uitbuiting en witwassen, is een zwaardere eis geformuleerd: 57 maanden gevangenisstraf en ontneming van ongeveer 44.000 euro die hij met de uitbuiting zou hebben verdiend. De vervolgzitting voor twee andere verdachten is gepland voor volgende week dinsdag.