Twee talen op één bordje, moet daar een lijntje tussen? Deze dilemma's spelen bij tweetalige verkeersborden

zondag, 18 januari 2026 (18:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In Fryslân beginnen dit jaar provinciale wegen te worden voorzien van tweetalige bewegwijzering in het Fries en Nederlands. De maatregel sluit aan bij een wereldwijd patroon: op veel plekken bestaat al lange tijd meertalige bebording, maar de keuze welke talen wel of niet op borden komen te staan zorgt vaak voor felle politieke debatten. Taal op straat is niet louter praktisch; het draagt ook een signaal van macht en erkenning.

Praktische meertaligheid — bijvoorbeeld Engels naast de lokale taal op vliegvelden of in landen met een ander schrift zoals Griekenland — wordt meestal onomstreden geaccepteerd omdat het begrip vergroot. Wanneer het echter gaat om het zichtbaar maken van een kleinere, maatschappelijk zwakkere taal, verandert het bord in instrument van emancipatie. Dat leidt tot weerstand van conservatieve partijen die vinden dat borden primair verkeersinformatie moeten overbrengen en geen instrument voor taalpolitiek mogen zijn. Een recent voorbeeld is Nieuw-Zeeland, waar een voorstel om Maori op verkeersborden te zetten na politieke strijd door een nieuwe regering niet werd doorgezet.

De tekst bespreekt succesvolle voorbeelden van beleid elders: Canada heeft wettelijk twee officiële talen en in Québec is de bebording vaak eentalig Frans; New Brunswick is officieel tweetalig; in Nunavut verschijnt Inuktitut naast Engels. In Spanje en de autonome regio’s (Baskenland, Catalonië, Galicië) zijn regionale talen veelal zichtbaar, vaak zelfs bovenaan. In Frankrijk is de lokale taal op borden doorgaans minder prominent. In Zuid-Tirol varieert de volgorde tussen Duits en Italiaans. Ierland zet Iers boven Engels, maar typografisch krijgt het Engels vaak meer aandacht; in speciale Gaeltacht-gebieden zijn de borden eentalig Iers. Wales voert een van de sterkste promoties: sinds 2016 moeten nieuwe borden Welsh boven Engels tonen zonder typografisch onderscheid.

Wat betreft verkeersveiligheid wijzen onderzoeken uit dat tweetalige borden geen inherente risico’s vormen mits ze duidelijk en consequent worden toegepast en de hoeveelheid tekst beperkt blijft (bij voorkeur niet meer dan vier regels). Een tweede taal kost extra leestijd en kan snelheid reduceren; als de minderheidstaal bovenaan staat, kijken weggebruikers soms langer. De door Fryslân geraadpleegde verkeerspsycholoog raadde daarom aan om Nederlands bovenaan en Fries eronder te plaatsen, maar er is geen sluitend bewijs dat het plaatsen van de kleine taal bovenaan tot meer ongevallen leidt — de keuze blijft deels politiek en symbolisch.

Kortom: de invoering van Friese borden past in een breed internationaal debat over identiteit, zichtbaarheid en veiligheid, waarin typografie, volgorde en context bepalend zijn voor zowel praktische bruikbaarheid als politieke betekenis.