Twee mensen overleden op cruiseschip, mogelijk door hantavirus. Wat is dat voor ziekte en moeten we ons zorgen maken?

maandag, 4 mei 2026 (12:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Leo (70) en Mirjam Schilperoord (69) uit Haulerwijk overleden onlangs aan boord van een cruiseschip op de Atlantische Oceaan; voorlopige aanwijzingen wijzen mogelijk op hantavirusinfectie als oorzaak. Het artikel legt uit wat hantavirussen zijn, hoe ze zich verspreiden, welke klachten ze geven en hoe je besmetting kunt voorkomen.

Hantavirussen zijn een familie virussen die voornamelijk via knaagdieren worden overgedragen. In Nederland komen onder andere het Seoul-, Tula- en Puumala‑virus voor. Welke knaagdierensoort het virus draagt, verschilt per gebied: in de VS is dat vaak de hertmuis, in Nederland worden rosse woelmuizen, tamme ratten en veldmuizen genoemd. Besmetting gebeurt vooral via contact met urine, uitwerpselen of speeksel, of door het inademen van stofdeeltjes waarin het virus zitten. Bites zijn mogelijk maar zeldzaam.

Het ziektebeeld varieert. In Nederland verloopt een infectie meestal mild en lijkt op griep; soms raken nieren en lever ontstoken en verdwijnen klachten vanzelf. Europees gezien worden jaarlijks enkele duizenden meldingen geteld, vooral in Duitsland en Finland, met slechts enkele dodelijke gevallen per jaar (bijv. drie in 2023). In de Verenigde Staten zijn er twee belangrijke vormen: HFRS en vooral HPS, waarvan HPS een plotseling en ernstig beloop kan hebben. Bij HPS kan na een incubatie van een week tot twee maanden ineens kortademigheid optreden doordat longen vollopen; wie luchtwegproblemen krijgt, loopt een aanzienlijk risico op overlijden. Er is geen specifieke antivirale behandeling; zorg is vooral ondersteunend en vaak op de intensive care.

Preventie berust op het vermijden van knaagdiercontact en het zorgvuldig opruimen van nesten: eerst nat maken, daarna verwijderen en schoonmaken met zeep en desinfectie (bijv. 10% bleekmiddel), geen bezem of stofzuiger gebruiken om stof op te wervelen, en handschoenen dragen bij contact met dode dieren of uitwerpselen. Mens-op-mensoverdracht is over het algemeen zeer zeldzaam.