Twee jaar vóór je AOW-leeftijd stoppen: als alleenstaande overbrug je €39.891,84 bruto aan AOW zelf, want de SVB betaalt niet eerder uit
In dit artikel:
Wie vóór zijn AOW-leeftijd stopt met werken, ontvangt nog geen AOW en moet het inkomensgat zelf opvangen. Wie twee jaar eerder stopt, loopt als alleenstaande op basis van de bedragen vanaf 1 juli 2026 €39.891,84 bruto aan AOW mis. Voor gehuwden of samenwonenden is dat €27.345,36 bruto per persoon. Inclusief vakantiegeld komt het tekort uit op respectievelijk €42.406,56 en €29.141,76 per persoon. Daar komen eventueel gemist loon en minder pensioenopbouw nog bij.
Vervroegd stoppen is populair: 51 procent van de Nederlandse werknemers van 55 jaar en ouder zegt dit te willen. Toch ging in 2025 40 procent van de werknemers vóór het 67e met pensioen, tegenover 46 procent in 2024.
De AOW-leeftijd hangt af van de geboortedatum. Voor mensen uit 1960 is die 67 jaar; voor wie is geboren van 1 januari 1961 tot en met 30 september 1964 is dat 67 jaar en 3 maanden. Voor latere geboortejaren ligt de leeftijd deels nog niet definitief vast. De SVB verwacht 67 jaar en 3 maanden voor mensen die tot en met 30 september 1966 zijn geboren en 67 jaar en 6 maanden voor geboortejaren tot en met juni 1970. Het besluit over 2032 wordt naar verwachting dit najaar genomen.
Vanaf 1 juli 2026 bedraagt de volledige AOW voor een alleenstaande €1.662,16 bruto per maand. Samenwonenden en gehuwden ontvangen ieder €1.139,39. Daar komt maandelijks opgebouwd vakantiegeld bij, dat in mei wordt uitgekeerd. Wie in Nederland blijft wonen, houdt doorgaans zijn AOW-opbouw, ook zonder werk: per verzekerd jaar wordt 2 procent opgebouwd over de vijftig jaar vóór de AOW-leeftijd. Wonen of werken in het buitenland kan gevolgen hebben.
Een mogelijke overbrugging is de regeling voor vervroegde uittreding (RVU). Werkgevers kunnen werknemers in de laatste 36 maanden vóór hun AOW-leeftijd maximaal €2.657 bruto per maand betalen zonder extra RVU-heffing. De werknemer betaalt wel loonheffing. Of zo’n regeling beschikbaar is, hangt af van de werkgever en cao; boven het vrijgestelde bedrag gelden voor werkgevers hoge heffingen.
Daarnaast kunnen werknemers hun aanvullende pensioen eerder laten ingaan, bijvoorbeeld via ABP vanaf het 60e jaar. Dat verlaagt het maandelijkse pensioen, omdat het langer wordt uitgekeerd. Deeltijdpensioen of een tijdelijk hoger en daarna lager pensioen kan ook, maar fondsen hanteren eigen voorwaarden en aanvraagtermijnen. Wie eerder wil stoppen, doet er daarom goed aan tijdig de AOW-leeftijd, het benodigde kapitaal en de mogelijkheden bij werkgever en pensioenfonds te berekenen.
Vandaag Inside: Johan Derksen over einde turncarrière Sanne Wevers: 'Het wordt nu eens tijd dat ze...'