'Twee Amsterdamse advocaten zijn toch bereid Taghi bij te staan, áls ze eerst 90.000 pagina's mogen lezen'
In dit artikel:
Twee Amsterdamse strafpleiters, Ronald van der Horst en Anique Slijters, hebben zich gemeld als mogelijke verdedigers van hoofdverdachte Ridouan Taghi in het hoger beroep van de omvangrijke liquidatiezaak Marengo. Ze stellen echter als voorwaarde dat zij voldoende tijd krijgen om het zeer omvangrijke strafdossier grondig door te werken. Justitie daarentegen wil de zaak, als het moet zonder nieuwe raadsleden, nog dit jaar inhoudelijk behandelen.
De voortgang van de zaak werd maandag in de zwaarbeveiligde rechtszaal op Schiphol besproken. De zitting leverde een opvallende wending op toen advocaat Sjoerd van Berge Henegouwen, die voor één dag als noodverdediger optrad, zei dat Van der Horst en Slijters zich via hem hadden aangeboden. Het hof merkte op dat de situatie ‘exotisch’ is en wacht af of de twee zich formeel bij de Orde van Advocaten en het gerechtshof aanmelden.
Achtergrond: het dekenberaad had op 4 mei gerapporteerd dat ondanks intensief zoeken geen team kon worden gevormd om Taghi te verdedigen. Sinds april 2025 zit Taghi feitelijk zonder vaste rechtsbijstand. Zijn oorspronkelijke advocaat Inez Weski werd in april 2023 gearresteerd; daarna nam een driemanschap, waaronder Van Berge Henegouwen, de verdediging over maar kreeg niet de gewenste tijd om het dossier te bestuderen en stapte later op. Vervolgens voerde Vito Shukrula vanaf november 2024 de belangen van Taghi, tot ook hij op 10 april 2025 werd gearresteerd op verdenking van lidmaatschap van Taghi’s organisatie. Het dossier omvat inmiddels naar schatting zo’n 90.000 pagina’s, wat nieuwe advocaten tijd vraagt om ‘integrale kennis’ op te bouwen.
Taghi heeft volgens zijn tijdelijke raadsman positief gereageerd op het tweetal Van der Horst en Slijters, maar de twee geven nog geen publieke commentaar. Van Berge Henegouwen benadrukte dat zonder royale leertijd voor nieuwe raadsheren de impasse zal blijven bestaan; hij stelde dat zodra het hof daadwerkelijk ruimte geeft, er meerdere ervaren advocaten klaarstaan.
De officieren van justitie bleken verrast door de melding maar hielden vast aan hun standpunt: de staat heeft naar hun zeggen alles redelijkerwijs gedaan om verdediging te vinden. Het hof moet nu het recht van de verdachte op verdediging afwegen tegen andere maatschappelijke belangen, waaronder het recht van slachtoffers en nabestaanden op voortgang en duidelijkheid. Justitie hoopt dat het gerechtshof de inhoudelijke behandeling tegen het einde van het jaar kan plannen. Op 12 juni is een nieuwe inleidende zitting gepland; de procedures tegen de dertien medeverdachten lopen ondertussen gewoon door.