Tussen Vlissingen en Goes | Column Joost Oomen

vrijdag, 10 april 2026 (16:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Als literaire clown die veel op stations zit, beschrijft de auteur hoe hij dagelijks kleine wereldjes en menselijk drama’s observeert: voorbijtrekkende kauwtjes, tomatenplanten tussen bielzen, winkelcactussen in trolleys en vooral reizigers die net hun trein missen. Die observaties vormen de insteek voor zijn kritiek op ProRail: deze week werd bekend dat het spoorbeheer een nieuw beveiligingssysteem heeft gekocht en dat er uitgebreid getest moet worden. In plaats van het eerst bedachte traject Lelystad–Zwolle is gekozen voor een proef waarbij vier maanden lang geen treinen rijden tussen Vlissingen en Goes; vervangende bussen worden ingezet.

De schrijver betoogt dat die beslissing meer kapotmaakt dan alleen reisschema’s. Treinen zijn volgens hem plekken van toevallige ontmoetingen en kleine levenskeuzen — een gemiste coupe kan betekenen dat twee mensen elkaar nooit ontmoeten, een toekomst niet ontstaat, een bakker zijn toekomstige compagnon niet leert kennen. Bussen bieden weliswaar vervoer, maar zijn minder gunstig voor spontane gesprekken of romantiek: wagenziek op een dubbeldekker komt minder charmant over dan een toevallige ontmoeting in een coupé. Hij illustreert dit met persoonlijke en filmische anekdotes en een Valentijnsdagvoorbeeld van een scholier die door het wegvallen van de trein haar kans misloopt.

Als alternatief stelt hij voor de tests te laten plaatsvinden op het drukke rondje Amsterdam Zuid–Sloterdijk–Muiderpoort. Dat zou meer mensen treffen en zichtbaar ongemak veroorzaken, maar biedt ook meer redundantie en alternatieven, waardoor urgente menselijke gevolgen van gemiste treinen minder groot zijn. De kern: technische verbeteringen zijn nodig, maar de sociale impact van keuzelocaties voor proeven verdient meer aandacht.