Tussen verveling en kritiekloze bewondering

zondag, 31 mei 2026 (21:37) - Joop

In dit artikel:

Honderd jaar VPRO loopt door de herinnering van een kijker en functioneert als kapstok voor een kleine cultuurgeschiedenis van de Nederlandse ether. De schrijver begint als kind met een gammel middengolfradiootje en verveelt zich aanvankelijk bij wat de VPRO aanbracht: weinig zendtijd, een bescheiden C-omroepstatus (ongeveer honderdduizend leden) en programma’s die in zijn ouders’ ogen te veel verhieven boven het alledaagse. Een programmablad uit 1960 illustreert die mix: een documentaireserie over Iran en Egypte, filmkritiek, een modeshow en cabaret — niet meteen het soort televisie dat in huis als aantrekkelijk werd ervaren.

Tien jaar later keert het tij: op een studentenflat wordt de VPRO gekoesterd als tegenkracht tegen het traditionele Hilversum. De omroep verandert onder invloed van jonge programmamakers en de geest van de jaren zestig van een vrijzinnige, kerkelijke zender in een platform voor kritische journalistiek, lange radiomiddagen (VPRO Vrijdag), scherpe commentaren van vrijdenkers als dr. Anton Constandse en onthullende stukken die aansluiten bij weekblad Vrij Nederland. De VPRO profileert zich als spreekbuis van een generatie die taboes doorbreekt en zich verzet tegen wat later “vertrossing” wordt genoemd: verflauwing van cultuur en debat.

Die roem is echter niet onbeperkt. Sommige programma’s wekten wrevel: de langdurige, politiek-kleurde documentaires van Joris Ivens over Maoïstisch China werden als eenzijdig ervaren; de theater- en tv-experimenten van Wim T. Schippers, met personages en shows zoals Sjef van Oekel, polariseerden publiek en critici en werden door sommigen als provocatie of zelfverheffing beschouwd. Satirische formats van Van Kooten & De Bie lieten cultureel terrein zien van grote invloed — niet zelden met roerende of gênante nasleep in het dagelijks leven, zoals leerlingen die imitaties van tv-uitspraken overnemen.

De kern van het verhaal is dat de VPRO steeds met haar tijd meeveranderde: van een kleine, vrijzinnig-protestantse omroep tot een progressief en experimenteel medialab dat maatschappelijke kwesties op de kaart zette en genera­ties vormde. Tegelijk blijft de schrijver kritisch: de omroep leverde soms weinig gebalanceerde of vermoeiend ideologische producties, maar zijn betekenis voor het publieke debat en de culturele verbeelding blijft groot.

Ter afsluiting koppelt de auteur de jubileumreflectie aan actuele maatschappelijke zorgen: het toeslagenschandaal en de problematiek rond de Groninger gaswinning mogen volgens hem niet uit de publieke aandacht verdwijnen. Hij noemt ook de podcast Het Geheugenpaleis als vervolgplek voor politiek-historische bespiegelingen — en zo verbindt de eeuw VPRO verleden, media-invloed en lopende politieke thema’s.