Tussen stoer doen en openhartig zijn: drie boeken willen mannen helpen evenwichtig in het leven te staan
In dit artikel:
Drie recente boeken bekijken mannelijkheid vanuit verschillende invalshoeken: Tim van Boxtel onderzoekt waarom mannen zwijgen over hun problemen, Junior Leroux schrijft over hoogsensitieve mannen en Harm Oosterhuis zoekt een balans tussen daadkracht en zachtheid. Hoewel de auteurs verschillende accenten leggen, verzetten ze zich allemaal tegen een beperkt ideaal waarin mannen vooral stoer, sterk en emotioneel gesloten moeten zijn.
In „Waarom mannen niet praten” richt Van Boxtel zich op de vraag waarom mannen hun angsten, onzekerheden en mentale problemen vaak voor zich houden. Hij bespreekt biologische en maatschappelijke factoren en benadrukt, met verwijzing naar wetenschappelijk onderzoek, dat verschillen tussen jongens- en meisjesbreinen minder groot en eenduidig zijn dan vaak wordt voorgesteld. Volgens hem legt de samenleving vooral gevoelige mannen druk op om zich harder en zelfverzekerder voor te doen.
Van Boxtel combineert wetenschappelijke informatie met gesprekken met onder anderen oud-commando Ray Klaassens, kickbokser Levi Rigters en een man die door schulden in de problemen kwam. Ook schrijft hij uitvoerig over zijn eigen psychische ontwikkeling, angststoornissen en het gebruik van antidepressiva. Die persoonlijke openheid maakt het boek toegankelijk, maar wordt volgens de bespreking soms onnodig intiem. Zijn analyse van de problemen van mannen is bovendien geregeld zwart-wit en het slot krijgt een prekerig karakter. De onduidelijke structuur, het ontbreken van een inhoudsopgave en hoofdstuktitels die niet altijd de inhoud weerspiegelen, maken het boek minder gebruiksvriendelijk. Ook blijft de conclusie dat mannelijkheid alles kan betekenen weinig overtuigend, omdat het begrip daardoor juist aan betekenis verliest.
Leroux behandelt in „Intens mens” hoogsensitiviteit, met bijzondere aandacht voor mannen. Hoogsensitieve personen zouden prikkels en emoties sterker ervaren en daardoor zowel intens schoonheid kunnen beleven als sneller overprikkeld raken. Volgens Leroux komt hoogsensitiviteit bij mannen ongeveer even vaak voor als bij vrouwen; hij noemt een aandeel van een op de vijf mensen. Het boek bespreekt eerst het begrip en relevante sekseverschillen, daarna problemen bij hoogsensitieve jongens en ten slotte manieren waarop volwassen mannen met hun gevoeligheid kunnen omgaan.
De auteur deelt eveneens ervaringen uit zijn eigen leven, maar bewaakt zijn privacy iets beter dan Van Boxtel. Zijn boek is helder opgebouwd, heeft een uitvoerige inhoudsopgave en biedt praktische adviezen. Wel is hoogsensitiviteit geen officiële psychiatrische diagnose en is de genoemde verhouding van één op vijf moeilijk hard te maken. Het begrip kan daardoor gemakkelijk een zelfgekozen etiket worden. Toch vindt de bespreking het boek toegankelijk en inhoudelijk behoorlijk diepgaand voor mannen die zichzelf als fijngevoelig herkennen, en vaak ook voor vrouwen.
Oosterhuis kiest in „De houthakker en de bomenknuffelaar” voor een model met twee tegenovergestelde gedragstypen. De houthakker is daadkrachtig, doelgericht en geneigd problemen direct aan te pakken; de bomenknuffelaar past zich aan, wil het anderen naar de zin maken en stelt moeilijk grenzen. Volgens Oosterhuis heeft iedere man kenmerken van beide typen. Het doel is niet om één type te vervangen door het andere, maar om een „hovenier” te worden die afhankelijk van de situatie verschillende eigenschappen en strategieën kan inzetten.
De metafoor is consequent uitgewerkt en maakt het boek begrijpelijk en prettig leesbaar. De eenvoud is tegelijk een beperking, omdat uiteenlopende persoonlijkheden worden teruggebracht tot vooral doordrukken of aanpassen. Ook is onduidelijk hoe stevig het model wetenschappelijk is onderbouwd: bronverwijzingen zijn schaars en een literatuurlijst ontbreekt. Waarschijnlijk komt het vooral voort uit Oosterhuis’ praktijk als psychomotorisch therapeut en coach, die Nederlandse mannen in Zweden begeleidt. Daar staat tegenover dat hij concrete oefeningen, adviezen en gespreksvragen biedt. Het boek benadrukt dat zowel zachtheid als begrenzen en confronteren waardevol kunnen zijn.
De eindbeoordeling is dat Leroux het thema van Van Boxtel zorgvuldiger en sterker uitwerkt, terwijl Oosterhuis de breedste en meest evenwichtige benadering biedt. Alle drie de boeken stimuleren mannen tot zelfonderzoek en geven ruimte aan kwetsbaarheid, zonder dat kracht en daadkracht volledig worden afgewezen.
Vandaag Inside: Chris Woerts heeft groot nieuws: Talpa haalt Saudi Pro League exclusief naar Nederland!