Tussen de Grote Vier loert Van Baarle op mini-kansje in Ronde van Vlaanderen
In dit artikel:
Dylan van Baarle hoopt zondag in de Ronde van Vlaanderen als verrassing tussen de sterke favorieten weg te glippen, ook al erkent hij dat dat geen gemakkelijke opdracht wordt. De wedstrijd in Vlaanderen (278 km, een van de langste edities) brengt voor het eerst Tadej Pogačar, Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Remco Evenepoel in hun ploegtenue gezamenlijk tegenover elkaar — iets dat de race voor favorieten én outsiders extra gecompliceerd maakt.
Van Baarle, die in 2022 tweede werd en meerdere topklasseringen heeft in De Ronde, rekent op het zware, slopende parcours: wind uit Antwerpen tot aan de eerste kasseistrook en drie beklimmingen van de Oude Kwaremont. Dat lange, uitputtende karakter past hem beter dan kortere explosieve wedstrijden; hij wil een ontsnapping proberen ergens tussen de eerste en tweede passage van de Kwaremont. Zijn strategie hangt deels af van het gedrag van de “Grote Vier”: als die elkaar laten rollen en niet gezamenlijk achter een koploper aanrijden, ontstaat ruimte voor een outsider.
Analyses door onder anderen Tom Dumoulin wijzen op twee scenario’s: een rommelige koers waarin renners als Van Baarle kunnen profiteren, of een gecontroleerde finale waarin Pogačar op de steilere hellingen het verschil maakt. Pogačar wordt gezien als de renner die op de Koppenberg, Taaienberg of Oude Kwaremont gemakkelijk tijd kan winnen; lukt hem dat, dan zullen de overige drie grote favorieten onderlinge samenwerking moeten zoeken om terug te komen. Kortom: veel factoren bepalen of een aanval van Van Baarle kansrijk is — en of de Ronde weer wordt beslist op pure klimmacht of op chaos en tactiek.