Turkse minister Fidan fileert de blunders van Iran: "Als je je huiswerk niet hebt gedaan, moet je je mond houden"

woensdag, 4 maart 2026 (08:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Turks minister van Buitenlandse Zaken Hakan Fidan, voormalig hoofd van de Turkse inlichtingendienst MIT, zegt in een scherp interview met TRT Haber dat Iran door arrogantie en slechte voorbereiding een oorlog over zich heen heeft gehaald. Volgens Fidan balanceerde de regio op 27 januari op de rand van een groot conflict; Turkije probeerde toen nog een escalatie te keren door een compromis voor te stellen waarbij nucleaire activiteiten en raketkwesties gescheiden zouden worden. Washington zou daarmee hebben ingestemd, maar Teheran weigerde het voorstel na intern overleg.

Fidan stelt dat die afwijzing een fatale politieke misrekening was: Iran onderschatte de druk op de Amerikaanse president (destijds Trump) en gaf daarmee ruimte aan Israëlische en Amerikaanse militaire acties. Hij verklaart dat de aanvallers eerst leiderslocaties via gehackte telefoons achterhaalden en vervolgens langdurig in het Iraanse luchtruim konden blijven, omdat de Iraanse luchtverdediging ernstig tekortschiet. Die combinatie van superieure inlichtingen en het falen van de Iraanse defensie maakte de precisieaanvallen mogelijk, aldus Fidan.

Naast kritiek op Iraans militair optreden wijst Fidan op interne machtsverschuivingen in Teheran: momenteel zou een tijdelijke driemansdelegatie het land leiden, en daar ziet hij een klein venster om verdere oorlogshandelingen te stoppen als nieuw leiderschap bereid is tot de-escalatie. Hij benadrukt ook dat Turkije heeft geleerd van eerdere crises — met name de vluchtelingenstromen uit Syrië — en daarom zijn grenzen met Iran fors versterkt; die maatregelen blijken volgens hem nu terecht te zijn geweest.

Samengevat: Fidan beschouwt Iran als verantwoordelijk voor zijn eigen diplomatieke en militaire falen — een combinatie van verkeerd ingeschatte politieke druk, zwakke luchtverdediging en geheime communicatielekken — en ziet een beperkte kans op ontwapening van de crisis door recente veranderingen in de Iraanse leiding.