Tuchtrecht voor bankmedewerkers loopt vast, banken werken aan opvolger
In dit artikel:
De Stichting Tuchtrecht Banken (STB) stopt na aanhoudende onenigheid met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) als organisator van het tuchtrecht voor bankmedewerkers. De samenwerking is opgezegd, maar door de opzegtermijn blijft de stichting tot 1 oktober 2027 actief. Meldingen die vóór die datum binnenkomen, worden nog afgehandeld. De tuchtcommissie en de beroepscommissie willen hun werkzaamheden echter niet voortzetten. Zij legden in april al een deel van hun taken neer uit protest tegen plannen van de NVB om de regels te versoepelen. Volgens de STB hebben gesprekken met de bankenvereniging niets opgelost.
Het tuchtrecht werd in 2015 ingevoerd na de bankencrisis. Bankmedewerkers leggen sindsdien een eed af waarin zij beloven eerlijk, zorgvuldig en betrouwbaar te handelen. Bij overtredingen kan de tuchtrechter onder meer een waarschuwing, berisping, boete of verplichte opleiding opleggen. In ernstige gevallen kan een medewerker tijdelijk of permanent uit de sector worden geweerd.
Volgens de STB melden banken vooral eenvoudige zaken, bijvoorbeeld tegen medewerkers die al zijn ontslagen of strafrechtelijk worden vervolgd. Klachten over leidinggevenden en mensen die nog bij een bank werken, zouden nauwelijks worden voorgelegd. Daardoor verliest het systeem volgens de stichting aan betekenis. De STB pleit daarom bij minister Eelco Heinen voor een onafhankelijk alternatief.
De NVB erkent dat vernieuwing nodig is en werkt aan een plan dat ‘Tuchtrecht 2.0’ wordt genoemd. Banken willen het systeem beperken tot fouten waarvoor individuele medewerkers persoonlijk verantwoordelijk zijn; toezicht op beleid en bredere misstanden blijft volgens hen bij DNB en de AFM. Heinen betreurt het vertrek van de STB, maar wil het plan van de sector eerst afwachten. Daarmee houden banken waarschijnlijk ook na 2027 een grote rol, juist het punt waar de stichting bezwaar tegen maakt.
Vandaag Inside: Dave Maasland schrikt In de Wandelgangen van wachtwoord Martijn Krabbendam: ‘Ben je serieus?!’