Tsjilpen, turen en turven: „Vogels tellen is geen wedstrijd"
In dit artikel:
Niek Schippers, een 25‑jarige vogelliefhebber uit Boskoop, deed voor de zevende keer mee aan de tuinvogeltelling. Vanaf zijn appartement aan een klein, grasrijk eilandje met geknotte wilgen en een omliggende sloot observeerde hij dertig minuten lang wat er in zijn telgebied verscheen. Door het knippen van de wilgen en een kale haag waren veel zangvogels dit jaar afwezig; dat verklaarde het magere resultaat.
Uitslag: één waterhoen, vier kauwtjes en twee meerkoeten. Schippers noemt die eindstand „treurig” in vergelijking met eerdere edities waarin hij onder meer veel kool‑ en pimpelmezen, een groene specht en zelfs een buizerd noteerde. Hij wees erop dat externe factoren de telling sterk beïnvloeden: passerende honden, buren met de heggenschaar of vogels die alleen overvliegen (en dus niet meetellen) kunnen het aantal drukken.
Praktische tips die Schippers deelt: zet een raam of rooster op een kier om vogels ook te horen, maar noteer alleen soorten die je daadwerkelijk ziet; maak desnoods een foto en zoom in om de soort te bepalen. Hij gebruikte een geopende vogelgids waarin hij waargenomen soorten met een stempel markeert, en keek met verrekijker naar passerende reigers en een zwerm kokmeeuwen. Over vliegende meeuwen merkte hij op dat die lastig te determineren zijn, maar hij identificeerde ze uiteindelijk als kokmeeuwen.
Zijn belangstelling voor vogels begon op twintigjarige leeftijd met bezoekjes aan vogelkijkhutten; voor Schippers gaat vogelen ook over verwondering voor hoe soorten zijn aangepast aan hun leefomgeving. Hij noemt zijn hobby zelfs „bijbels” en verwijst glimlachend naar Mattheüs 6:26 (“Kijk naar de vogels in de lucht”).
Kortom: een kleinschalige, lokale telling met een sobere score, maar met aandacht voor tellingregels, herkenningstips en de persoonlijke motivatie achter het vogelspotten.