Trumps operatie in Venezuela past in een imperialistisch patroon, al lijkt deze operatie wel historisch slecht doordacht

woensdag, 7 januari 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Op 7 januari 2026 haalden Amerikaanse troepen Nicolás Maduro uit Venezuela en zetten hem vast in New York. President Donald Trump kondigde daarop aan dat de VS Venezuela zouden 'besturen'. Hoewel de actie sensationeel oogt, plaatst de gebeurtenis zich volgens het artikel in een reeks herkenbare historische precedenten die helpen verklaren wat er speelt.

Allereerst past de ontvoering in de lange traditie van Amerikaanse inmenging in Latijns‑Amerika, waarbij Washington zich jarenlang het recht toedichtte om regimes te installeren die Amerikaanse belangen dienden. Waar die inmengingen tijdens de Koude Oorlog vaak werden verpakt als strijd voor democratie, ontbreekt nu zelfs die schijn: de regering‑Trump zegt niet te strijden voor politieke rechtsorde maar beroept zich op een grotendeels onduidelijke aanklacht van 'narcoterrorisme'. Tegelijk bestaat in Venezuela wel een door verkiezingen benoemde president, Edmundo González, maar hij lijkt geen rol te spelen in de Amerikaanse plannen.

Een tweede vergelijkbare situatie is de ontvoering van oppositieleider María Corina Machado, Nobelprijswinnaar 2025. Machado leefde sinds de verkiezingen van 2024 ondergedoken; aanvankelijk werd gedacht dat de VS haar hielpen naar Oslo, maar de operatie kan ook worden gezien als poging om een populaire politieke rivaal uit te schakelen en ruimte te maken voor een pro‑Amerikaans regime.

Het derde precedent is de Irak‑invasie van 2003. Die mislukte in het scheppen van een stabiele, democratische opvolging na het verwijderen van een leider, leidde tot massale slachtoffers en schokte de geloofwaardigheid van de VS. Ook nu lijkt de Trump‑aanpak te steunen op de simplistische veronderstelling dat het weghalen van Maduro vanzelf tot gewenste uitkomsten leidt. Maar het Venezolaanse leger is niet verslagen en Maduro’s regering functioneert nog. De politieke stabiliteit die nodig is om buitenlandse investeringen — bijvoorbeeld in olie — rendabel te maken, ontbreekt.

Een vierde referentiepunt is de Russische inval in Oekraïne (2022). De retoriek rond de Maduro‑actie — aangeduid door Trump als een soort 'buitengewone militaire operatie' — echoot de manier waarop Poetin zijn agressie juridisch verrechtvaardigde. Door geen beroep te doen op internationaal recht verzwakt de VS‑actie juist de positie van dat rechtssysteem en versterkt zij narratieven die door Rusland lang zijn gepromoot.

Het artikel waarschuwt verder dat de administratie Trump de ontvoering gebruikt om binnenlandse politieke tegenstanders als onderdeel van een internationale dreiging af te schilderen. Door Maduro te verbinden aan drugshandel, kan een 'oorlog tegen drugs' worden ingezet om veiligheidsmacht uit te breiden en dissidenten te onderdrukken — een tactiek met analogieën naar hoe fascistische regimes vóór 1945 buitenlandse samenzweringen aanhaalden om binnenlandse repressie te legitimeren.

Kortom: de Maduro‑actie is geen geïsoleerd incident maar sluit aan bij historische patronen van buitenlandse inmenging, ondoordachte regimewissels en retorische instrumentalisering van een vermeende vijand. De cruciale waarschuwing is politiek binnenlands: als Amerikanen de interne logica van deze interventie niet onderkennen, vergroot dat het risico dat buitenlandse avonturen het afglijden naar autoritarisme thuis versnellen.