Trump wil tóch Groenlandse grondstoffen, Amerikaanse investeerders twijfelen

donderdag, 22 januari 2026 (17:16) - NOS Nieuws

In dit artikel:

President Trump wil dat de Verenigde Staten betrokken raken bij de winning van minerale grondstoffen in Groenland. Dat verklaarde hij na een ontmoeting in Davos, waar hij sprak met premier Mark Rutte — in het stuk wordt Rutte genoemd in verband met NAVO, maar Rutte is de Nederlandse minister-president. Trumps uitspraak zette opnieuw de aandacht op Groenlands bodemschatkamer, maar Amerikaanse mijnbouwbedrijven tonen zich terughoudend: winning is technisch en logistiek moeilijk en vergt grote, langdurige investeringen.

Op locatie in Nuuk laat het Groenlandse bedrijf Xploration zien hoe zwaar en kleinschalig de operatie vaak is. Containers liggen onder meters sneeuw, er is snel een opslaghal gebouwd en er worden faciliteiten voor een kort werkseizoen van drie à vier maanden voorbereid. Door de afwezigheid van wegen tussen dorpen moet materiaal per schip en vervolgens per helikopter naar afgelegen proeflocaties worden gebracht. Alles — van tenten en slaapzakken tot geïsoleerde waterleidingen — moet meegenomen en winterklaar zijn, want onbeveiligde leidingen bevriezen zelfs in de zomer.

Geologische studies van Geus (Denemarken/Groenland) tonen een groot potentieel: goud, kobalt, ijzer, en metalen als vanadium, nikkel en niobium — grondstoffen die belangrijk zijn voor onder meer windturbinemagneten, elektrische auto’s en defensietoepassingen. Toch zijn er voorlopig maar twee concrete mijnactiviteiten: een kleinschalige goudmijn in het zuiden en een anorthosiet-mijn voor grondstof voor glasvezel; die activiteiten leveren nog weinig op. Volgens Geus-geoloog Per Kalvig vraagt commerciële mijnbouw langdurige voorbereiding: de eerste 10–15 jaar gaan op aan prospectie, beoordeling van hoeveelheid en kwaliteit, en de planning van een mijn — een periode zonder inkomsten maar met hoge kosten.

Daarnaast vereist het slagen van projecten vaak hele ketens van afspraken: verwerkingsbedrijven en fabrikanten moeten contracten voor lange periodes aangaan, iets wat investeerders terughoudend kan maken. Amerikaanse terughoudendheid wordt deels toegeschreven aan het beeld van Groenland als koud, infrastructuurloos en milieugevoelig terrein; Kalvig noemt dat een misvatting, en wijst erop dat in andere arctische gebieden (Alaska, Canada, Noorwegen, Rusland) wel actief wordt gemijnd.

Kalvig ziet mogelijkheden voor Groenland om niet alleen winning maar ook verwerking aan te trekken — bijvoorbeeld aluminiumsmelters gevoed met hydro-elektriciteit of datacentra — maar dat soort keuzes liggen bij de Groenlandse regering. Lokale bedrijven, zoals Xploration, zien graag Amerikaanse investeringen komen, maar benadrukken dat buitenlandse partijen zich aan lokale regels en belangen moeten houden. Kortom: strategisch belang en grondstofrijkdom wekken buitenlandse belangstelling, maar logistiek, milieuregels en de noodzaak van langetermijninfrastructuur maken daadwerkelijke ontwikkeling moeizaam en tijdrovend.