Trump volgde vooral Netanyahu bij besluit tot oorlog tegen Iran 

zaterdag, 18 april 2026 (08:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Nieuw onderzoek van Maggie Haberman en Jonathan Swan, vastgelegd in hun boek Regime Change (en vooraf gepubliceerd in The New York Times), reconstrueert stap voor stap hoe de beslissing van president Donald Trump om Iran militair aan te vallen tot stand kwam. De auteurs baseren zich op tientallen gesprekken met medewerkers van Trump en ministers en leggen vooral de sterke invloed van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu bloot.

Op 11 februari presenteerden Netanyahu en Mossad-chef David Barnea in Washington een plan voor een gezamenlijke aanval die volgens hen snel en beslissend zou zijn. Ze stelden dat het mogelijk was het Iraanse ballistische raketprogramma binnen weken te beschadigen, een blokkade van de Straat van Hormuz te voorkomen en met bombardementen binnenlandse protesten aan te wakkeren die uiteindelijk tot machtswisseling zouden leiden. Die voorstelling maakte duidelijk indruk op Trump, die de voorstellen positief opnam.

De volgende dag bespraken Trumps naaste medewerkers de Mossad-aanpak. De Amerikaanse inlichtingenanalyse plaatste vier onderdelen centraal: het doden van ayatollah Ali Khamenei, het lamleggen van Irans militaire capaciteiten, het ontketenen van een volksopstand en het installeren van een seculier bestuur. US-intel concludeerde dat de eerste twee doelen technisch haalbaar waren, maar dat een door bombardementen uitgelokte regimewisseling en het installeren van een nieuw bestuur onrealistisch waren. CIA-directeur John Ratcliffe bestempelde het idee van regime-change als absurd; minister Marco Rubio noemde dat onderdeel eveneens ongeloofwaardig.

Militaire topadviseur generaal Dan Caine wees erop dat Israëlische plannen vaak optimistisch worden gebracht en waarschuwde dat een grootschalige campagne Amerikaanse wapendepots sterk zou uitputten — problematisch omdat voorraden al onder druk staan door steun aan Oekraïne en Israël. Caine noemde ook de grote moeilijkheden om de Straat van Hormuz te beveiligen en de kans dat Iran die scheepvaartroute zou afsluiten. Vicepresident JD Vance, die niet bij de eerste presentatie aanwezig was, waarschuwde expliciet voor regionale chaos, grote aantallen slachtoffers en verstrekkende economische gevolgen voor de VS (bijvoorbeeld hogere brandstofprijzen) als de straat zou worden geblokkeerd; hij pleitte bij voorkeur voor geen aanval of in elk geval zeer beperkte operaties. Buiten de Situation Room gaf Rubio de voorkeur aan voortzetting van een campagne van maximale druk boven een grootschalige oorlog; binnen het overleg stelde hij dat het vernietigen van het raketprogramma wel een haalbaar, begrensd doel zou zijn.

Ondanks de bedenkingen van adviserende instanties bevestigde het verslag dat Trump uiteindelijk tot de aanval besloot. Hij zelf leek niet primair uit op regime-change, maar bleef geporteerd naar het doden van hoogste leiders en het ontmantelen van Irans militaire capaciteit — doelen die naadloos aansloten bij Netanyahoe’s wens om de bestuursorde van 1979 te ondermijnen. Binnen het kabinet was alleen minister van Defensie Pete Hegseth zonder aarzeling een volger van Trumps koers.

Kort samengevat: de beslissing om Iran aan te vallen volgde op een overtuigende Israëlische pitch, waar Trump door werd beïnvloed, terwijl Amerikaanse inlichtingen- en militaire adviseurs grote twijfels uitspraken over het realisme en de risico’s van een geplande regimewisseling. De beleidskeuze reflecteert zowel Trumps langdurige vijandbeeld van het Iraanse regime als interne verdeeldheid binnen zijn ploeg over de beste aanpak.