Trump voert geen oorlog in Cuba, wel wurgslangpolitiek. 'Frontlinie' rapporteert
In dit artikel:
In de eerste aflevering van het tweeluik *Frontlinie* reist Bram Vermeulen door een zwaar verarmd Cuba, van Havana naar Santiago de Cuba. De economische druk van de Amerikaanse blokkade en het beleid van president Trump is overal zichtbaar: auto’s staan zonder benzine stil, er is nauwelijks stadsreiniging, voedsel is schaars en binnenlandse verbindingen zijn sterk beperkt. Vliegen kan niet meer en de trein naar het 900 kilometer verderop gelegen Santiago rijdt slechts twee keer per maand; de reis duurt twee dagen.
Onderweg en in Santiago spreken Vermeulen en de makers met Cubanen die verschillend naar de situatie kijken. Een oudere vrouw blijft de revolutie en Fidel Castro steunen, terwijl jongeren vooral toekomst in het buitenland zien. Een vrouw reist naar haar dochter, die volgens haar van de honger sterft. Een revolutionaire veteraan houdt vol dat Cuba sterk is in onderwijs en gezondheidszorg en uiteindelijk opnieuw van de Verenigde Staten zal winnen, hoewel hij op de markt geen bosuitjes kan betalen.
De reportage laat ook zien hoe hulp en geld van buitenaf de tekorten gedeeltelijk opvangen. Een influencer deelt voedsel en kleding uit, met steun van donateurs, terwijl een schip onder Panamese vlag vermoedelijk rijst en kip aanvoert voor mensen die daarvoor kunnen betalen. Volgens de besproken kapitein biedt de blokkade kansen aan handelaren en groot geld, maar blijft onduidelijk wie precies profiteert.
Daarnaast komt de braindrain aan bod. Een jonge arts werkt gratis voor een baptistenkerk, terwijl zijn vrouw, een radiologe, al drie jaar illegaal in Las Vegas werkt. Zij hopen op hereniging. Stadsgids Betty wil niet illegaal emigreren, maar benadrukt dat Cuba zijn inwoners weer een waardig leven moet bieden. De aflevering schetst zo een samenleving waarin ideologische trouw, wanhoop, liefdadigheid en ongelijkheid naast elkaar bestaan.
Vandaag Inside: Johan Derksen legt Job Knoester zaak voor: ‘De oud-gevangenisbewaarder van Henk Kuipers…’