Trump vertrouwt op onderbuik en stort wereld in chaos, schrijven journalisten in verbijsterend boek over hem
In dit artikel:
Het boek ‘Regime Change’ van Maggie Haberman en Jonathan Swan reconstrueert het eerste jaar van Donald Trumps tweede presidentschap. De journalisten van The New York Times beschrijven een regering die volgens hen veel kleiner en hechter is dan tijdens Trumps eerste termijn. Waar toen verschillende facties elkaar voortdurend informatie toespeelden, bestaat de huidige kring vooral uit trouwe aanhangers die door aanslagen op Trump en juridische procedures verder zijn geradicaliseerd. Daardoor is het voor journalisten moeilijker geworden om toegang te krijgen tot informatie uit het Witte Huis.
Toch wisten Haberman en Swan gesprekken en gebeurtenissen in onder meer de Oval Office en de Situation Room te reconstrueren. Het boek steunt op ruim duizend interviews, meestal met anonieme bronnen. De auteurs zeggen dat zij informatie hebben gecontroleerd aan de hand van betrokkenen, notities, opnames, transcripties en andere contemporaine bronnen. Volgens hen is de inhoud door niemand serieus weersproken, behalve door Trump zelf, die het boek op sociale media grotendeels verzonnen en de verslaggeving van Haberman afdeed als ‘fake news’. De journalisten betwijfelen of hij het boek daadwerkelijk heeft gelezen.
Een belangrijk onderdeel gaat over de aanloop naar de oorlog met Iran. Volgens de auteurs kwam de Israëlische premier Benjamin Netanyahu met een plan voor regimewisseling, terwijl minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio en de CIA-directeur daar zeer kritisch op waren. Trump liet zich volgens Haberman uiteindelijk vooral door zijn intuïtie leiden en besloot tot militair optreden. Het boek behandelt daarnaast Trumps beleid rond Oekraïne, Venezuela, Israël, deportaties, handelstarieven en de ontmanteling van Usaid.
Stephen Miller wordt neergezet als een van de invloedrijkste functionarissen in het Witte Huis en als de drijvende kracht achter het deportatiebeleid van immigratiedienst ICE. Zijn opvattingen zouden volgens de auteurs soms zelfs voor Trump te ver gaan. Ook beschrijven zij hoe Trump met grote risico’s opereert. Zijn interesse in binnenlandse politiek, peilingen en de economie zou zijn afgenomen, terwijl zijn ambities op het wereldtoneel zijn gegroeid. Dat is volgens Swan zichtbaar in de oorlogen, de tarieven en het beleid tegenover Venezuela. Trumps keuzes zijn niet altijd willekeurig: over grensbeleid en importheffingen spreekt hij al decennialang, al ontbreekt volgens Haberman een samenhangende economische theorie.
De auteurs schetsen Trump bovendien als iemand die impulsief kan handelen, maar tegelijk bewust informatie achterhoudt. Zijn vele interviews en berichten op sociale media maken hem volgens Swan niet noodzakelijk transparant. Veel gebeurtenissen blijven volgens de journalisten verborgen. Een voorbeeld van Trumps grilligheid is zijn verbazing over de hoogte van de Amerikaanse tarieven voor China, nadat die tot 145 procent waren opgelopen. Ook beschrijven zij zijn belangstelling voor opmerkelijke details, zoals gevaarlijke dieren in andere landen en een mogelijke triomfboog in Washington.
Haberman en Swan gaan uitgebreid in op Trumps omgang met tegenstanders. In persoonlijke gesprekken kan hij volgens hen vriendelijk en conflictvermijdend zijn, terwijl hij na hun vertrek opnieuw publiekelijk tegen hen uithaalt. Dat gebeurde bijvoorbeeld na een hartelijk gesprek met Joe Biden, die tijdens de campagne door Trump zwaar was aangevallen. Ook het onderhouden van goede betrekkingen met Trump door vleierij komt aan bod. Swan betwijfelt of complimenten op lange termijn bescherming bieden: Trump kan eerdere goodwill volgens hem snel laten vallen. De Chinese president Xi Jinping zou meer indruk op Trump hebben gemaakt door machtsvertoon dan door complimenten. Voor Europa betekent dit volgens Swan dat alleen gezamenlijk optreden voldoende tegenwicht kan bieden, maar dat zal tijd kosten.
De journalisten zien weinig aanwijzingen dat een nieuw schandaal Trumps presidentschap gemakkelijk in gevaar zou brengen. Zij wijzen erop dat Republikeinse steun in de Senaat voor afzetting ontbreekt en noemen de politieke gevolgen van eerdere onthullingen beperkt. Dat verslaggeving niet altijd directe veranderingen veroorzaakt, vinden zij geen reden om te stoppen. Hun doel is volgens Haberman vooral het publiek informeren en vastleggen wat er tijdens deze periode gebeurt.
‘Regime Change’ is sinds de verschijning in juli onafgebroken een bestseller van The New York Times. Recensenten noemen het boek uitzonderlijk grondig en invloedrijk. De manier waarop de auteurs Trumps tweede termijn documenteren, vormt volgens hen een onthutsend beeld van een president die machtiger, minder geremd en moeilijker te doorgronden is dan tijdens zijn eerste ambtsperiode.
De Oranjezomer: Rutger Castricum doet er na ophef over grappen over 75-plussers nóg een schepje bovenop