Trump-regering ontmantelt meetsysteem voor golfstroom AMOC; groot belang voor Nederland
In dit artikel:
De Atlantische Meridionale Overturning Circulatie (AMOC), de oceaanstroom die warm water naar het noorden transporteert en zo het klimaat van West-Europa matigt, wordt slechter gevolgd nu de VS beginnen met het verwijderen van een groot deel van een onderwatersensornetwerk. Halverwege juni vertrekt een schip om de eerste instrumenten te demonteren die zich diep onder het oppervlak voor de kust van Oregon bevinden; vergelijkbare boeien bij Washington, Alaska, North Carolina en Groenland worden ook weggehaald.
Wetenschappers noemen het besluit zorgwekkend omdat deze meetreeksen cruciaal zijn om te zien hoe snel de AMOC verzwakt — een proces dat Nederland en de rest van Europa kan treffen met drogere zomers en vaker extreem koude winters als de warmte‑toevoer via de oceaan wegvalt. De sensoren maken deel uit van het Ocean Observatories Initiative, een netwerk van bijna duizend instrumenten dat al zo’n tien jaar continu data verzamelt en nog 15–20 jaar had kunnen blijven draaien.
NIOZ‑onderzoeker Sjoerd Groeskamp bestempelt de actie als “pure symboolpolitiek” en wijst op de relatief kleine besparing ten opzichte van andere uitgaven; Universiteit Utrecht‑expert René van Westen noemt het “zeer zorgelijk”. De National Science Foundation, die de demontage uitvoert, zegt dat de stap past bij een herprioritering van wetenschappelijke ondersteuning en nieuwe technologieën. Critici, onder wie voormalig NOAA‑wetenschapper Craig McLean, zien hierin een patroon van de regering die wetenschap minder hoog op de agenda zet en vrezen verlies van Amerikaans leiderschap in klimaatonderzoek.
De meetapparatuur levert ook belangrijke informatie over effecten van opwarmend zeewater op vissen, de opname van broeikasgassen en de mondiale stromingspatronen — extra relevant nu een sterke El Niño wordt verwacht die weerpatronen en oceaantemperaturen kan verstoren. Nederlandse onderzoekers werken aan plannen om het ontbrekende meetwerk op te vangen en roepen de EU op om mogelijk in te springen, maar benadrukken dat de specifieke tijdreeksen die nu verdwijnen moeilijk te vervangen zijn en van grote waarde zijn voor het toetsen van klimaatmodellen.