Trump lijkt helemaal niets om het WK-feest te geven. 'Hoelang laten we één man nog het wereldvoetbal verpesten?'
In dit artikel:
In 2018 grapte Donald Trump dat hij tegen 2026 niet meer president zou zijn — „Of misschien verlengen ze mijn termijn.” Acht turbulente jaren later is hij terug in het Witte Huis en zijn beleid en acties werpen een onmiskenbare schaduw over het WK 2026, dat donderdag in Mexico aftrapte en voor het overgrote deel in de Verenigde Staten wordt gespeeld.
Wereldkampioenschappen zijn van meet af aan politiek geladen geweest: van Jules Rimet’s vredesideaal tot Mussolini’s propagandistische organisatie van 1934. Sindsdien is sportevenementen gebruiken voor imagoverbetering — sportswashing — een terugkerend verschijnsel geweest (voorbeelden: Mexico 1970, Argentinië 1978, Rusland 2018, Qatar 2022; Saoedi-Arabië krijgt 2034). Maar het bijzondere aan 2026 is dat de Amerikaanse regering onder Trump niet primair probeert te boosten op het toernooi; in plaats daarvan versterkt zij restrictief migratiebeleid rond wedstrijden en spreekt republikeinse retoriek gezag uit over wie het land in mag.
In de aanloop naar de aftrap waren er meerdere incidenten die het politieke klimaat rondom het WK benadrukken: de VS voerden opnieuw aanvallen uit op Iran en een tanker in de Straat van Hormuz werd aangevallen, terwijl een Somalische scheidsrechter bij de grens werd teruggestuurd. Bestaande inreisverboden maken dat supporters en officials uit landen als Iran, Senegal, Haïti en Ivoorkust vaak niet kunnen komen. Het Iraanse elftal verplaatste een trainingskamp naar Mexico vanwege onduidelijkheden rond visa en directe dreigementen van Trump; na hun wedstrijden in de VS moeten de spelers het land meteen weer verlaten. Ook de Palestijnse voetbalvoorzitter ontving geen visum. Critici vragen zich af hoe lang FIFA toestaat dat één politicus zo’n groot internationaal toernooi beïnvloedt.
De oorlog tussen de VS en Iran — een zeldzame situatie waarin een gastland van een WK in oorlog is met een deelnemer — werpt daarnaast een onverwachte schaduw over het evenement. Trump lijkt deels afgeleid: hij zal niet bij de openingswedstrijd van de VS aanwezig zijn, en op sociale media is het WK niet prominent in zijn communicatie. Tegelijkertijd beschadigt het buitenlands beleid het mondiale aanzien van de VS.
Toch is het toernooi niet volledig te herleiden tot de wensen van één man. Negen van de elf Amerikaanse speellocaties staan onder lokaal bestuur van Democraten; er zijn tegenbewegingen en lokale initiatieven die de verbindende kant van voetbal proberen te benadrukken. In Seattle wordt een ‘Pride’-week georganiseerd rond de wedstrijd Egypte–Iran (beide landen hadden al laten weten tegen LGBQT-uitingen tijdens hun onderlinge partij te zijn). In New York profileert burgemeester Zohran Mamdani zich actief als gastheer: welkomfilmpjes, duizenden betaalbare kaarten en gratis fanzones. Zulke lokale acties contrasteren met federale restricties.
Op straat en in de stadions ontstaat bovendien een ander beeld: virale filmpjes van een dansende politieagent in Cleveland die Egyptische fans aanmoedigt en uitbundige diasporagemeenschappen die met vlaggen hun teams steunen (Iraniërs in Seattle, Senegalezen in New York, Haïtianen in Miami, tienduizenden Bosniërs in St. Louis) tonen dat het toernooi ook ruimte biedt voor trots, protest en gemeenschapsvorming.
Kortom: het WK 2026 speelt zich af tegen een geopolitieke achtergrond die Trump mee heeft gevormd — met strenge grenshandhaving, uitgesloten supporters en een militair conflict — maar lokale politici, gemeenschappen en fans bieden een tegengeluid. Of het toernooi Trumps stempel wordt of juist zijn relatieve irrelevantie blootlegt, zal de komende weken blijken. Correctie: zowel Iran als Egypte hadden vooraf al aangegeven geen LGBQT-uitingen te willen tijdens hun onderlinge wedstrijd; die passage is aangepast.