Trump lijkt helemaal niets om het WK-feest te geven. 'Hoe lang laten we één man nog het wereldvoetbal verpesten?'

vrijdag, 12 juni 2026 (13:12) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Toen de Verenigde Staten samen met Canada en Mexico het WK van 2026 kreeg toegewezen, grapte Donald Trump dat hij waarschijnlijk voortijdig verdwenen zou zijn uit het Witte Huis. Nadat hij in 2024 toch weer president werd, hangt zijn politiek intussen nadrukkelijk over het toernooi dat donderdag in Mexico aftrapte en verder vooral in de VS wordt gespeeld.

In de aanloop naar de openingswedstrijden escaleerden internationale spanningen: de VS voerden aanvallen uit op Iran, een tanker in de Straat van Hormuz werd door Amerikaanse actie beschadigd en een Somalische scheidsrechter werd bij de grens teruggestuurd. Tegelijkertijd zorgen Amerikaanse inreisbeperkingen ervoor dat supporters uit landen als Iran, Senegal, Haïti en Ivoorkust het toernooi niet kunnen bijwonen. Het Iraanse elftal verplaatste zijn trainingskamp uit onzekerheid over visa en uitspraken van Trump, en moet na wedstrijden in de VS het land weer verlaten.

Het artikel plaatst die ontwikkelingen in een bredere historische context: wereldkampioenschappen waren vanaf het begin politieke instrumenten. Vanaf Mussolini’s organisatie van het WK 1934 tot toernooien in Mexico (1970), Argentinië (1978), Rusland (2018) en Qatar (2022) hebben autoritaire regimes sport grote toernooien gebruikt om imago en legitimiteit te verbeteren — het fenomeen dat tegenwoordig vaak sportswashing wordt genoemd. Ook Saoedi-Arabië staat als gastland voor 2034 al op de kalender.

Toch onderscheidt dit WK zich: de Amerikaanse regering toont zich niet in de rol van soft-power gastheer die zijn internationale imago probeert te poetsen. Integendeel, strengere grenscontroles rond stadions, inzet van immigratiedienst ICE en bestaande sancties maken bezoek voor veel fans praktisch onmogelijk en wekken angst in migrantenmilieus dat wedstrijden aanleiding worden om mensen op te pakken. Journalisten en critici vragen zich af hoe lang FIFA toestaat dat een nationale politiek het wereldvoetbal zo domineert.

De oorlogssituatie met Iran voegt een ongekende dimensie toe: nooit eerder was een gastland in oorlog met een toernooideelnemer, en dat conflict lijkt de aandacht van de president weg te trekken; het Witte Huis maakte bekend dat Trump de openingswedstrijd van de VS tegen Paraguay niet bijwoont. Internationaal lijdt het aanzien van de VS daaronder.

Tegelijkertijd is het WK niet volledig gelijk aan de politiek van één leider. In negen van de elf Amerikaanse speelsteden regeren Democratische burgemeesters en lokale initiatieven stemmen het toernooi ook anders in: er komen Pride-activiteiten, stadsbestuurders zoals de progressieve burgemeester van New York promoten het evenement actief en regelen betaalbare kaarten en fanzones. Virale beelden van enthousiaste politieagenten en de grootschalige aanwezigheid van diasporagemeenschappen — Iraniërs, Senegalezen, Haïtianen, Bosniërs — laten zien dat supporters en lokale organisaties het feest van verbondenheid mede vormgeven.

Kortom: het WK van 2026 speelt zich af onder een onrustige geopolitieke en binnenlandse achtergrond waar Trump een grote rol in heeft, maar niet de enige krachtige stem is. De balans tussen politieke spanningen en lokale, maatschappelijke dynamiek zal bepalen of dit toernooi vooral in het teken staat van presidentspolitiek of van wereldwijde voetbalfervoringen.