Trump lang niet de enige Amerikaanse president met autoritaire trekjes; Roosevelt en Kennedy gingen hem voor

vrijdag, 3 april 2026 (09:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Miljoenen Amerikanen protesteren onder de No Kings-slogan tegen wat zij zien als machtsaanspraken van president Trump. Dat fenomeen is niet nieuw: al in de jaren dertig en veertig ontstond binnenlandse onrust over sterke presidentiële macht, toen Franklin D. Roosevelt ingrijpende economische maatregelen doorvoerde en de rol van het Witte Huis uitbreidde.

In de crisis van de jaren 30 leidde Roosevelts New Deal tot een forse toename van uitvoerende besluiten (hij vaardigde er duizenden uit) en van federale diensten, waardoor het ambtenarenapparaat groeide onder regie van de president. Critici beschuldigden hem van machtsconcentratie en van pogingen het Hooggerechtshof te beïnvloeden door het aantal rechters te willen uitbreiden — die laatste zet mislukte door brede oppositie. Aanvankelijk verlaagde de America First-beweging het volume van kritiek op presidentsmacht door zich tegen Amerikaanse betrokkenheid in de Tweede Wereldoorlog te keren; na Pearl Harbor aanvaardde het publiek veel van de uitbreidingen van uitvoerende bevoegdheden omdat snelle beslissingen in oorlogstijd noodzakelijk leken.

Als reactie op Roosevelts langdurige ambtsperiode werd kort na zijn dood de twee-termijnbegrenzing voor presidenten vastgelegd in het 22e amendement, waarmee de informele traditie van George Washington (na acht jaar vrijwillig stoppen) wettelijk werd verankerd. Desondanks bleven opvolgende presidenten voortbouwen op de machtsuitbreiding door factoren als een groter federale apparaat, direct contact met het volk via massamedia en de status van de VS als wereldmacht na de Tweede Wereldoorlog.

Vooral op het terrein van buitenlands beleid namen presidenten vaak zelfstandig beslissingen: Truman stuurde troepen naar Korea zonder voorafgaande Congresstemming; Eisenhower vermeed Senaatsgoedkeuring door uitvoerende overeenkomsten voor basisovereenkomsten te gebruiken; Eisenhower en later Kennedy zetten de CIA in voor geheime acties (bekend voorbeeld: de mislukte Varkensbaai-invasie). Ook late 20e en vroege 21e-eeuwse presidenten — van George H. W. Bush tot George W. Bush en Obama — namen inlichtingentactieken, militaire interventies of uitvoerende akkoorden buiten uitgebreide voorafgaande parlementaire goedkeuring om.

Historisch gezien is Trumps optreden in Iran en Venezuela dus niet op zichzelf staand, noch zijn de protesten uniek. Wel vormt een recente juridische ontwikkeling een nieuw element: een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in juli 2024 bepaalde dat een zittende president niet vervolgd kan worden voor handelingen binnen zijn ambt, al blijft onduidelijk waar die grens tussen officiële en persoonlijke daden precies loopt — die afbakening moet nog door rechtbanken worden uitgekristalliseerd. Dit juridische voorbehoud maakt de huidige machtsbalans ten opzichte van voorgaande presidenten onderscheidend.