'Trump houdt zijn woord, al pakt het soms verkeerd uit' - Theodor Holman
In dit artikel:
De columnist verdedigt dat het reflexmatig bestempelen van Trump als “gestoord” of “narcist” te gemakzuchtig is. Hij begint met twee vaste zekerheden die in het publieke debat telkens terugkomen: beschuldigingen van genocide richting Israël en het beeld van Trump als geestesziek. Over de eerste opmerking zegt hij dat de bewijzen tegen die genocideclaim zich opstapelen; over de tweede betoogt hij dat de diagnose van Trump veel minder eenduidig is dan opiniemakers doen voorkomen.
Op zaterdag 9 mei 2026 waren Arend Jan Boekestijn en Rob de Wijk in hun podcast sterk in die val gelopen, zo stelt de schrijver. Zij hadden psychiater Jules Tielens uitgenodigd, die op afstand en zonder onderzoek Trump tot narcist en gevaarlijk gestoord verklaarde. De columnist noemt die handelswijze “psychiatrisch gelul” en herinnert aan de controverse rond het Amerikaanse boek The Dangerous Case of Donald Trump (2017), dat ook ruim achtende psychiatrische beoordelingen van Trump bevatte en werd bekritiseerd omdat het de Goldwater Rule schond — de ethische richtlijn van 1973 die artsen verbiedt publieke figuren te diagnosticeren zonder persoonlijk onderzoek.
De tekst plaatst Trumps gedrag en beleid in een ander licht. Waar veel critici alleen zijn grove taal en onconventionele stijl zien, wijst de columnist op consistentie in Trumps publieke programma. Hij haalt Trumps boek Time to Get Tough (Make America Great Again, 2011, bijgewerkt 2016) aan als bewijs dat Trump concrete beleidsvoorstellen en onderbouwingen presenteert: energiepolitiek, tariefmaatregelen tegen China, belastingverlagingen en harde immigratiecontrole. Ook noemt hij acties die Trump heeft gesteund of uitgevoerd — zoals het vasthouden van een vermeende drugsleider en stappen tegen Iran — als voorbeelden van strategische keuzes die voortvloeien uit zijn wereldbeeld in plaats van louter krankzinnigheid.
De columnist nuanceert: sommige acties zijn misschien onverstandig of gaan mis, maar dat maakt iemand niet per definitie “totaal gestoord”. Hij hekelt de behoefte van publieke figuren en deskundigen aan snelle, sensationele etiketten en wijst op het eigenbelang van experts die via zulke uitspraken zichtbaarheid zoeken. Als afsluiting raadt hij aan kritischer te kijken naar de bewijzen voor psychische diagnoses in het publieke debat en aandacht te hebben voor de feitelijke beleidsagenda en motieven van politieke leiders, ook als hun stijl polariserend is.