Trump en Poetin een pot nat, de duivel en Beëlzebub
In dit artikel:
Donald Trump gedraagt zich volgens de auteur steeds meer als een autoritair leider, zowel in het buitenland als thuis. Intern zet hij het ministerie van Justitie in tegen critici en politieke tegenstanders — recent voorbeeld: Fed‑voorzitter Jerome H. Powell, die de onafhankelijkheid van de centrale bank bewaakt en weigerde politiek te gehoorzamen. Kritische media worden geregeld onder druk gezet. Vergelijkingen met Vladimir Poetin worden getrokken: net als Poetin stapte Trump volgens de auteur naar een model waarin rechtspraak en staatsmiddelen worden gebruikt om oppositie uit te schakelen en loyale zakenmensen rond zich te verzamelen.
Op het internationale toneel neemt Trump een harde, transactiegerichte houding aan tegenover bondgenoten. Hij zou een NAVO‑lidstaat hebben willen dwingen grondgebied af te staan — een eis die zelfs Poetin, die oorlog voert tegen niet‑NAVO Oekraïne, niet heeft gedaan. Trump wil wel materiële steun leveren, maar alleen tegen betaling: wapenorders en economische opdrachten fungeren als schatting van vazallen. Samenwerking tussen Europese landen ziet hij als vijandig; zijn houding tegenover de EU en zijn National Security Strategy dwingen Europa in een onheilkeuze, aldus de tekst.
De auteur signaleert ook instituties onder druk: het Hooggerechtshof is in handen van Trump‑gezinden, kiesdistricten worden gemanipuleerd en tech‑reuzen fungeren als oligarchen rondom hem. Of Trump evenmachtig zal worden als Poetin is onzeker — levensloop of gezondheid kunnen dat verhinderen — maar een opvolger als J.D. Vance zou zijn erfenis kunnen voortzetten.
Een NYT‑analyse van James Kirchik illustreert dat zelfs zeer loyale bondgenoten (Denemarken) niet gevrijwaard blijven van minachting; dat zet Europa aan tot heroverweging van de waarde van het Amerikaanse bondgenootschap. Tot slot waarschuwt de auteur dat binnenlandse Nederlandse affaires (toeslagenschandaal, Groningen) niet uit het publieke zicht mogen verdwijnen.