Trump en Musk laten zien dat macht te koop is, dus pleit deze econoom voor een miljardairsbelasting
In dit artikel:
Gabriel Zucman, de Franse econoom die bekend werd als protegé van Thomas Piketty en door onderzoek naar belastingontwijking via Zwitserland en Luxemburg, doet een concreet voorstel: een globale vermogensbelasting van minimaal 2 procent voor mensen met een vermogen vanaf 100 miljoen dollar. Het idee kreeg vorm tijdens de Braziliaanse voorzitterschap van de G20 in 2024 en Zucman voert er nu campagne voor, onder meer in Nederland waar hij recent een pamflet presenteerde en de Tweede Kamer toesprak.
Het kernmechanisme is eenvoudig: wie extreem rijk is geworden in een land maar verhuist naar een laagbelastend land, kan door het land van herkomst jarenlang worden aangeslagen totdat de totale belastingafdracht gelijk is aan 2 procent van het vermogen per jaar. Zucman illustreert dat met een techoprichter met een miljard euro aan vermogen: als die slechts enkele tonnen inkomstenbelasting heeft betaald, zou een aanvullende vermogensheffing het tekort aanvullen tot 20 miljoen euro (2 procent van 1 miljard). Als de miljonair naar een belastingparadijs als Monaco verhuist, mag het voormalige woonland volgens Zucman blijven bijheffen totdat het doel is bereikt. Volgens hem zal zo’n aanpak belastingparadijzen stimuleren zelf hogere tarieven te heffen — een “race naar de top” in plaats van naar de bodem.
Handhaafbaarheid moet volgens Zucman geen probleem zijn. Hij wijst op het succes van internationale druk op Zwitserland na de Amerikaanse eisen onder Obama, waarna automatische uitwisseling van bankgegevens werd opgezet. Ook zonder volledige wereldwijde consensus kan een land unilateraal regels toepassen, stelt hij; voorbeelden zijn Amerikaanse regels die geboren Amerikanen levenslang belasten. Zucman pleit wel voor het dichten van gaten in nationale wetgeving (zoals box 3 in Nederland), omdat uitzonderingen accountants en fiscalisten in staat stellen ontwijking te faciliteren.
Over waardering van vermogen zegt Zucman dat dat met moderne methoden goed vast te stellen is: beursgenoteerde aandelen zijn direct waardeerbaar, private ondernemingen kunnen worden vergeleken met beursgenoteerde peers of via aangepaste boekhoudprincipes. Juridische disputen over waardes zijn volgens hem oplosbaar; vergelijkbare discussies bestonden ook bij de invoering van inkomstenbelasting in de 19e eeuw.
Zucman ziet Nederland als een potentieel voortrekkersland. Hij benadrukt dat Nederland, ondanks zijn rol als belangrijk doorvoerland voor multinationals en belastingfaciliteiten, juist vanwege het relatief regressieve karakter van het Nederlandse belastingstelsel geschikt is om het voortouw te nemen. Onderzoek toont volgens hem aan dat mensen met 100 miljoen dollar gemiddeld slechts 17 procent belasting betalen, terwijl middeninkomens 40–45 procent van hun inkomen afdragen. Voor Nederland noemt hij zelfs een lagere drempel (bijvoorbeeld 15 miljoen) verdedigbaar.
Internationale politiek vormt een complicatie. Zucman wijst op de recente afspraken rond een minimumbelasting (15 procent voor multinationals) en dat de Verenigde Staten onder president Trump deels uitzonderingen bedongen. Hij bekritiseert het feit dat Europese besluitvorming soms Nederlandse belastingvoorkeuren faciliteert en zegt dat Europa niet Trumps werk moet doen door ruimte te laten voor uitzonderingen. Tegelijk ziet hij de huidige politieke dynamiek — en voorbeelden zoals Elon Musk’s invloed op media — juist als argumenten om extreme rijkdom strenger te belasten, omdat concentratie van vermogen democratische processen kan ondermijnen.
Er is volgens Zucman wel momentum: Brazilië steunde zijn voorstel binnen de G20, in Frankrijk stemde de Assemblée Nationale vóór een minimumbelasting voor superrijken (al werd die later door de Senaat geblokkeerd), het Verenigd Koninkrijk schafte het non-dom-stelsel af en er zijn initiatieven in Californië, Colombia, Zuid-Afrika, Spanje en België. Zucman gelooft dat 2025–2026 in historisch perspectief als keerpunt gezien zullen worden voor het belasten van miljardairs.
Kortom: Zucman pleit voor een internationaal georiënteerde, maar ook nationaal toepasbare vermogensheffing gericht op de allerhoogste vermogens, met het doel belastinggelijkheid af te dwingen, fiscale gaten te dichten en de politieke macht die uit extreme rijkdom voortvloeit te begrenzen.