Trap er niet in: Waarom de Oudejaarstrekking pure 'belasting voor de dommen' is
In dit artikel:
Elk jaar rond oudjaar barst in Nederland dezelfde rituele koopwoede los: miljoenen huishoudens kopen Staats- of Postcodeloterijloten in de hoop op een plotselinge vermogenssprong. De tekst hekelt deze traditie als een door de staat gesponsorde inkomstenmachine: naar schatting doet ongeveer twee derde van de Nederlandse huishoudens mee, terwijl de overheid en commerciële loterijen jaarlijks grote sommen binnenharken. Voorbeelden uit de tekst: de Staatsloterij adverteert met 30 miljoen euro belastingvrij als hoofdprijs, de Postcode Loterij met de bijna 59,7 miljoen euro tellende “Kanjer”.
De auteur noemt dit geen onschuldige hobby, maar een vorm van staatsafzetterij en misleiding: loterijen verkopen hoop, terwijl de staat en operators het grootste deel van de opbrengst incasseren. Per 1 januari stijgt bovendien de kansspelbelasting van 34,2% naar 37,8% — bij een Kanjer van 59,7 miljoen betekent dat direct zo’n 22,5 miljoen euro richting staatskas. Econoom Joost Poort vat het cynisch samen: "Mensen willen graag een droom kopen."
Kritiek richt zich ook op transparantie en marketingtrucs. De Kansspelautoriteit (KSA) eist openheid, maar volgens belangenbehartigers verbergen loterijen reële winkansen op hun sites. Raymond Aronds van stichting SLICKS stelt: "Loterijen verstoppen hun winkansen in een hoekje op hun websites." De tekst wijst erop dat winkansen bij de Staatsloterij extreem klein zijn (ongeveer 0,000025% voor de hoofdprijs) en dat termen als "prijs" misleidend worden gebruikt wanneer gewonnen bedragen lager zijn dan de kostprijs van een lot.
Naast financiële bezwaren legt de auteur nadruk op maatschappelijke consequenties: loterijkoop zou een cultuur van passiviteit in de hand werken, mensen laten hopen op toeval in plaats van inzet en zelfontwikkeling. Een anekdote van een heftruckchauffeur die een miljoen won en uiteindelijk financiële problemen kreeg ondersteunt de stelling dat ‘easy come, easy go’ vaak geldt, met de treffende constatering: "In een ambulance doet het er niet toe of je miljonair bent."
Als reactie pleit de tekst voor strengere regulering: reclame voor gokken zou verboden moeten worden, vergelijkbaar met sigarettenreclame, en consumenten meer gewezen moeten worden op echte winkansen en risico’s. Ook roept de schrijver lezers op hun geld liever te investeren in opleidingen, boeken of ondernemerschap dan in loten.
Tot slot bevat de tekst zelf een duidelijk activistisch element: oproepen om de auteurelijke of uitgeversorganisatie (Liberty Media / DDS) financieel te steunen om deze kritiek te blijven publiceren.