'Transvrouwen moeten gewoon in vrouwengevangenis kunnen' vindt Van Bruggen
In dit artikel:
Staatssecretaris Claudia van Bruggen houdt vast aan het bestaande beleid: plaatsing van trans vrouwen in vrouwengevangenissen blijft een zaak van maatwerk en wordt per gedetineerde beoordeeld. Daarbij wegen fysieke kenmerken, het persoonlijk voorkeur en het gedrag van de betrokkenen mee; er is geen aparte wettelijke regeling voor transgender gedetineerden.
De kwestie kwam deze week in de Tweede Kamer aan de orde na zorgen van PVV en Forum voor Democratie over de veiligheid van vrouwen in detentie. Aanleiding was ook een incident in gevangenis Ter Peel waarbij een vrouwelijke bewaarder ernstig gewond raakte na een mishandeling door een trans vrouw. Belangenvereniging Bonjo meldt dat vrouwelijke gedetineerden zich onveilig voelen wanneer trans vrouwen — soms nog met mannelijke geslachtsorganen — op vrouwenafdelingen worden geplaatst en voert campagne voor een ander beleid.
Van Bruggen verwierp de kritiek en benadrukte dat de wet ruimte biedt om in individuele gevallen te besluiten of gezamenlijke plaatsing verantwoord is; als vergelijk noemt ze gemengde afdelingen in de psychiatrie en tbs. Ze wees erop dat het om een kleine groep gaat en dat Nederland geen aparte registratie van transgender gedetineerden bijhoudt (ter vergelijking zaten in Engeland in 2022 ongeveer 230 transgender gevangenen op een totaal van 80.000).
Internationaal zijn experimenten met toelating van trans vrouwen in vrouwengevangenissen zowel gepaard gegaan met zware incidenten (mishandelingen, verkrachtingen, moord, zwangerschappen) als met ernstige risico’s voor trans vrouwen die in mannengevangenissen vastzaten. De discussie spitst zich toe op veiligheid, rechtsbescherming en het tekort aan eenduidige cijfers en regelgeving.