Tracey Emin verwerkt haar persoonlijkste intimiteiten in haar kunst. Wie dat niet trekt, moet niet naar Tate Modern gaan

woensdag, 15 april 2026 (11:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Tracey Emin staat centraal in een groots retrospectief in Tate Modern in Londen, waarin veertig jaar werk wordt samengebracht en haar leven en praktijk als onderwerp fungeert. De expositie, getiteld A Second Life, verbindt vroeg werk, iconische spullen en recente schilderijen en beelden met Emin’s persoonlijke geschiedenis: haar jeugd in het kustplaatsje Margate, traumatische ervaringen op jonge leeftijd, haar carrière binnen de Young British Artists en haar herstel na een ingrijpende kankeroperatie in 2020.

Margate speelt een terugkerende rol in haar oeuvre en privéleven. Als tiener werkte Emin in het Dreamland-attractiepark; die omgeving en haar verlangen naar een bestaan elders keren vaak terug in haar teksten en objecten. Tegenwoordig woont en investeert ze weer in de plaats: ze verbouwde een voormalig badhuis tot ateliers en galerieën, runt een residentieprogramma voor schilders en liet zich in 2024 tot Dame benoemen. Haar initiatieven bieden werkervaringsplaatsen voor jongeren en huisvesten kunstenaars zoals de Nederlandse schilder Joline Kwakkenbos.

De tentoonstelling toont uiteenlopende media: van de vroege, conventionele schilderijen die ze later verbrande, tot de textiele ‘dekens’ waarin Emin met borduurwerk fragmenten van familiegeschiedenissen, migratie (Cyprus–London–Istanbul) en misbruik verwerkt. Bekende werken zoals Everyone I Ever Slept With (vernield na een brand) en My Bed (geëxposeerd bij de Turner Prize van 1999) onderstrepen haar langdurige gebruik van het autobiografische en intieme als artistieke materiaal. Die openhartigheid veroorzaakte geregeld verontwaardiging: critici vroegen zich af of het tonen van persoonlijke details — van verkrachting tot gebruikte tampons — niet te ver ging. De tentoonstelling laat zien dat Emin zulke momenten bewust inzet om grotere, universele thema’s als kwetsbaarheid, verlies en weerbaarheid voelbaar te maken.

Emin gebruikte ook film en sociale media om haar verhaal te vertellen; ze deelde recentelijk op Instagram beelden van haar urinestoma en de gevolgen van haar operatie, en schrijft in het nieuwe voorwoord van de heruitgave van haar memoires (2025) precies welke organen werden verwijderd. De operatie reddde haar leven; sindsdien is ze nuchter en artistiek actief gebleven. Die wedergeboorte is verweven in de expositietitel en in recente reeksen schilderijen die ‘over schilderen en weer levend voelen’ gaan: vaak schetsmatig, met druppende verflijnen, en op groot formaat veel directer dan op kleine digitale afbeeldingen.

Beeldhouwwerken tonen haar ruwe, onafgewerkte benadering: The Mother (een negen meter hoge bronzen figuur in Oslo) en I Followed You to the End (2024), een deels ondergedoken knielende vrouwenfiguur die nu in het gras voor Tate ligt, nodigen uit tot selfie-gedrag maar blijken, in context geplaatst, geladen met persoonlijke en relationele melancholie. Ook subtielere werken zoals Why (2009) — een klein geborduurd lapje met herhaalde vragen over angst — benadrukken dat haar ogenschijnlijke egocentrisme vaak juist tot universele reflectie leidt.

Emin’s loopbaan wordt in het museum als continu verhaal gepresenteerd: val, publieke spot, herstel en blijvende inzet voor kunst en gemeenschap. Naast haar eigen werk curreert zij nu ook tentoonstellingen in Margate, waarin oudere en jongere generaties samenkomen. Haar praktijk blijft provoceren, maar de tentoonstelling toont ook hoe haar openheid kunstenaars en publiek heeft verrijkt en hoe Margate mede door haar aanwezigheid een cultureel ankerpunt is geworden.