Totale paniek in het kartel: D66-minister durft ON! niet te verbieden, maar de neprechtse VVD eist alsnog bloed
In dit artikel:
Minister Rianne Letschert (D66, OCW) heeft de Tweede Kamer meegedeeld dat er op basis van de onlangs gepubliceerde evaluatie van de NPO geen juridische grond is om omroep Ongehoord Nederland (ON!) uit het publieke bestel te verwijderen. De evaluatie stelde dat het huidige media-aanbod op onderdelen niet aan kwaliteitsstandaarden voldeed, maar trok volgens de minister niet de harde conclusie dat ON! onvoldoende bijdraagt aan de publieke mediaopdracht — een voorwaarde om ingrijpen wettelijk te kunnen rechtvaardigen. Letschert noemde die juridische toetsing expliciet leidend voor eventuele maatregelen.
De Kamerreacties waren fel. VVD-Kamerlid Erik van der Maas noemde ON! een "meningenmachine" en waarschuwde dat feiten en fictie door elkaar lopen; hij pleit voor maatregelen tegen een omroep die zich niet aan journalistieke codes houdt. Ook D66 en GroenLinks/PvdA geven geen tekenen van tevredenheid: D66’er Ouafa Oualhadj sprak over het naleven van regels als voorwaarde voor deelname aan het bestel, en Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA) dringt aan op een snel debat en verdere stappen tegen ON!.
In de berichtgeving rond de zaak wordt het evaluatierapport gezien door tegenstanders van ON! als een kans om de omroep de toegang tot de publieke zenders te ontzeggen. Voorstanders van ON! reageren dat de omroep juist pluriformiteit brengt en dat het ontbreken van een juridische grond voor verwijdering een overwinning is voor vrije meningsuiting. De politieke steekhoudendheid heeft geleid tot zware woorden over een vermeend establishment en een cordon sanitaire, zoals ook in de publieke verontwaardiging naar voren kwam.
Wat nu volgt: parlementaire druk en de roep om een debat zullen waarschijnlijk aanhouden, maar juridische kaders bepalen voorlopig het eindresultaat: ON! mag blijven deelnemen aan het publieke bestel zolang niet overtuigend vaststaat dat de omroep de publieke mediaopdracht niet vervult. De kwestie legt spanningen bloot tussen politieke oordelen over inhoud en de juridische eisen voor regulering van publieke omroepen.