Totale decadentie: Amsterdamse elite kapt 'volksvoedsel' en vraagt absurde prijzen

zaterdag, 7 februari 2026 (09:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

De Telegraaf-publicatie hekelt de Amsterdamse horecacultuur waarin eenvoudige Hollandse gerechten zijn opgepoetst tot dure prestigeproducten voor welgestelden. Recent voorbeeld: in Amsterdam-Zuid opende pannenkoekenhuis Hendrik, waar volgens het artikel een “patatje stoof” op de kaart staat voor 24,75 euro en flessen champagne van rond de 65 euro worden geschonken. In Amsterdam-Noord rekent een zaak genaamd Sizzler ongeveer 22 euro voor een kapsalon — het bekende Rotterdamse streetfood van friet, vlees, gesmolten kaas en sauzen — wat in het stuk wordt gezien als het ontdoen van het gerecht van zijn oorsprong en ziel.

De schrijver schildert dit als symptoom van gentrificatie en culturele toe-eigening: traditionele, betaalbare gerechten worden geherpositioneerd als “culinair” en duur, zodat alleen een kapitaalkrachtig publiek ze nog kan betalen. Als tegenargument wijst horeca-trendwatcher Wouter Verkerk op een herwaardering van Nederlandse producten en op het betalen voor interieur en beleving, een ontwikkeling die hij samenvat als “Dutch Cuisine”.

Het artikel plaatst die horecaprijzen in een breder maatschappelijk kader: stijgende huren, een elite die in een eigen bubbel leeft en een stadsbestuur dat volgens de auteur bouwen bemoeilijkt, waardoor ondernemers genoodzaakt zouden zijn hogere prijzen te vragen. De columnist contrasteert dit met het provinciale beeld van betaalbare cafetaria’s waar je een frietje stoof nog voor normale prijzen kunt krijgen en waar de sfeer gemeenschapsgericht blijft.

Tonaliteit en oproep: het stuk is een felle opiniërende aanval op wat de auteur ziet als arrogantie van de Randstad-elite en het kapitaliseren op volkscultuur. Afsluitend roept de tekst op tot verzet tegen deze trend en tot steun voor onafhankelijke pers die “normaal” blijft doen.