Topman waakhond haalt uit naar politiechef om begluren activisten: 'Zijn verhaal is ronduit misleidend'
In dit artikel:
De korpsleiding verdedigt het heimelijk verzamelen van persoonsgegevens door het Team Openbare Orde Inlichtingen (Tooi) als binnen de wet — maar de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), Aleid Wolfsen, noemt dat misleidend en risicovol. Tooi gebruikt informanten en geheim toezicht om groepen in kaart te brengen die mogelijk de openbare orde verstoren, een werkwijze die volgens plaatsvervangend korpschef Wilbert Paulissen steun vindt in artikel 3 van de Politiewet en volgens hem ook in eerdere uitspraken van de Hoge Raad. Paulissen noemt het vooraf vergaren van informatie zelfs cruciaal, en wijst op het ingrijpen bij de rellen op het Malieveld in Den Haag als voorbeeld wanneer die informatie erger heeft voorkomen.
Wolfsen reageert fel: de Hoge Raad heeft volgens hem slechts gesproken over kleine privacy-inbreuken, niet over langdurige, gedetailleerde dossiers die de politie nu bijhoudt. De AP trof systemen aan waarin niet alleen basale persoonsgegevens staan, maar ook bijzondere gegevens — gezondheid, religie, politieke opvattingen, seksuele voorkeur — waarmee snel discriminatie of uitsluiting kan volgen. Die brede en langdurige registratie leidt ertoe dat onschuldige burgers, zoals klimaatactivisten of leden van vreedzame organisaties, ongevraagd in politieregisters terechtkomen.
Daarnaast waarschuwt Wolfsen voor het effect op grondrechten: preventieve huisbezoeken of ‘foeigesprekken’ kunnen intimiderend werken en mensen weerhouden van demonstreren. Hij wijst de Tweede Kamer op verantwoordelijkheid: wettelijke kaders voor deze vorm van openbare-ordehandhaving zijn onduidelijk, waardoor de politie volgens hem in een juridisch grijs gebied opereert. Omdat de wetgever heeft nagelaten regels te verduidelijken, stelt de AP een ultimatum: als er niet snel passende wetgeving komt, moet de politie de activiteiten van Tooi beperken en onrechtmatig verzamelde gegevens verwijderen — anders zal de AP handhavend optreden.
Kortom: politie en AP staan lijnrecht tegenover elkaar over de reikwijdte van inlichtingenverzameling voor de openbare orde, met maatschappelijke zorgen over privacy, discriminatie en het recht om te demonstreren.