Topman waakhond haalt uit naar politiechef om begluren activisten: 'Zijn verhaal is misleidend'

donderdag, 12 maart 2026 (17:17) - Het Parool

In dit artikel:

De korpsleiding van de politie en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) botsten deze week over het heimelijk verzamelen van persoonsgegevens door het Team Openbare Orde Inlichtingen (Tooi). De politie verdedigt het informatiewerk als noodzakelijk en binnen de juridische kaders; de AP noemt die rechtvaardiging misleidend en beschuldigt de politie van grensoverschrijdend handelen.

Al jaren houdt Tooi via informanten en stelselmatige observatie groepen en activisten in de gaten om rellen en ongeregeldheden te voorkomen. Plaatsvervangend korpschef Wilbert Paulissen verwijst naar artikel 3 van de Politiewet en uitspraken van de Hoge Raad als grondslag en noemt de vooraf verzamelde informatie cruciaal — hij wijst onder meer op de inzet bij de rellen op het Malieveld vorig jaar als voorbeeld van preventieve werking.

Aleid Wolfsen van de AP trekt die interpretatie in twijfel. Volgens hem heeft de Hoge Raad weliswaar toegestaan dat kleine privacy-inbreuken kunnen plaatsvinden, maar heeft die zich niet uitgesproken over grootschalige, langdurige dossieropbouw zoals die in politie‑systemen is aangetroffen. De AP signaleert dat niet alleen routinegegevens worden vastgelegd, maar ook bijzondere persoonsgegevens (gezondheid, religie, politieke opvattingen, seksuele voorkeur) en langdurige volggegevens die een vrijwel compleet beeld van iemands leven kunnen opleveren — gegevens die tot discriminatie en uitsluiting kunnen leiden.

Wolfsen noemt de reactie van de politie “ondoordacht en defensief” en benadrukt dat het aanroepen van de Hoge Raad ter verdediging van deze werkwijze misplaatst is. Omdat de wetgever de bevoegdheden van Tooi nog niet duidelijk heeft vastgelegd, opereert de politie volgens hem in een grijs gebied: enerzijds bestaat voor zware opsporing vaak voorafgaande rechterlijke toestemming (zoals bij telefoontaps), anderzijds vormt handhaving van de openbare orde een “vergeten hoek van het recht”.

De AP waarschuwt dat de huidige praktijk een intimiderend effect heeft: onschuldige activisten van vreedzame acties worden in dossiers opgenomen en kunnen onverwacht geconfronteerd worden met huisbezoeken of preventieve gesprekken, waardoor deelname aan demonstraties wordt afgeremd. Wolfsen stelt dat de Tweede Kamer tekortschiet door geen duidelijke regels te maken en legt de politiek een verantwoordelijkheid op om de bevoegdheden helder te regelen.

Als de wetgever niet snel passende wetgeving vaststelt, eist de AP dat de politie de activiteiten van Tooi inperkt en onrechtmatig verzamelde gegevens verwijdert; anders zal de toezichthouder zelf handhavend optreden. De politietop zegt ondertussen wel in gesprek met Den Haag te zijn om Tooi‑bevoegdheden explicieter in de wet te verankeren, maar houdt vast aan het praktische belang van vooraf verzamelde inlichtingen voor het voorkomen van onrust.