Topambtenaar: kantoor Starmer had haast met benoeming Mandelson tot ambassadeur
In dit artikel:
De Britse topambtenaar Olly Robbins, die betrokken was bij de benoeming van Peter Mandelson tot ambassadeur in Washington, verklaarde in het Lagerhuis dat hij vanuit het kantoor van premier Keir Starmer herhaaldelijk druk voelde om de aanstelling door te zetten, ondanks ernstige veiligheidsbezwaren. Uit onthullingen in The Guardian bleek vorige week dat Mandelson in januari 2025 niet slaagde voor de gebruikelijke antecedentencontrole; in februari werd hij later gearresteerd wegens het lekken van geheimen. Eerder — na publicatie van nieuwe details over zijn banden met Jeffrey Epstein — was hij in september al uit zijn functie gezet, nadat documenten lieten zien dat hij tienduizenden euro’s van Epstein zou hebben ontvangen en vertrouwelijke financiële plannen had gedeeld.
Robbins zegt dat de veiligheidsdienst Mandelson als een “grensgeval” beschouwde en geneigd was geen clearance aan te raden, maar dat hij zelf toestemming gaf omdat de risico’s beheersbaar zouden zijn. Hij stelde ook dat het secretariaat van de premier zijn afdeling vaak belde en dat er een sterke verwachting bestond dat Mandelson snel in de VS moest zijn. Toen Robbins op 20 januari 2025 topambtenaar werd, was de benoeming al door koning Charles goedgekeurd, akkoord bevonden door de Amerikaanse regering en had Mandelson al incidentele toegang tot vertrouwelijke overleggen.
Premier Starmer ontkent dat hij wist van het mislukken van de veiligheidscheck en legde de verantwoordelijkheid bij Buitenlandse Zaken; hij ontsloeg Robbins na de onthullingen. Later erkende Starmer een verkeerde inschatting en zei dat hij de benoeming zou hebben ingetrokken als hij op de hoogte was geweest. De oppositie noemt de gang van zaken een zware blunder en eist zijn aftreden, maar Starmer houdt vooralsnog een meerderheid in het Lagerhuis achter zich.