Top om van olie en gas af te komen kent één belangrijke uitkomst: de top zelf
In dit artikel:
De eerste internationale top van landen die willen toewerken naar minder fossiele brandstoffen vond in Santa Marta (Colombia) plaats en eindigde in de nacht van woensdag op donderdag in een goede sfeer, maar zonder bindende besluiten. Aanwezig waren 57 landen — samen goed voor ongeveer een derde van de wereldeconomie — die zich expliciet hebben verenigd omdat zij wél bereid zijn stappen te zetten waar grote exporteurs zoals Rusland en Saoedi-Arabië dat vaak blokkeren bij de reguliere VN-klimaattoppen.
De conferentie was bewust informeel: er werden geen formele onderhandelingen gevoerd, en dus zijn er geen nieuwe internationale verplichtingen afgesproken. Wel zijn thema’s geselecteerd waarop de deelnemers de komende tijd willen doorwerken. Belangrijke aandachtsgebieden zijn het opstellen van nationale afbouwplannen die niet alleen het gebruik maar ook de productie van olie, gas en kolen aanpakken, de oprichting van een wetenschappelijk panel dat landen daarbij kan adviseren, en discussies over financiële hervormingen en schuldverlichting om arme landen in staat te stellen te investeren in verduurzaming.
Frankrijk presenteerde als eerste een concreet nationaal afbouwscenario: kolen in 2030 eruit, olie in 2045 en gas in 2050 (met mogelijke uitzondering voor gebruik als chemische grondstof). Deelnemende landen verschillen echter in ambitie: Nigeria steunt verlaging van fossielgebruik maar ziet stoppen nog niet zitten vanwege een export die voor ongeveer 80% uit fossiele brandstoffen bestaat. Colombia pleit juist voor een nieuw wereldwijd verdrag om productie eerlijk te verminderen — een voorstel dat landen als Nederland niet steunen.
Nederland was medeorganisator; D66-klimaatminister Stientje van Veldhoven prees het informele karakter van de top als een “veilige plek voor dialoog” en wil internationaal lobbyen om de kopgroep groter en ambitieuzer te maken. De bijeenkomst wordt vooral gezien als symbolisch succes: het verenigen van gelijkgezinde landen. Volgend jaar volgt een tweede editie in het kwetsbare Tuvalu, voorafgaand aan de officiële VN-klimaattop in Turkije in november.