Top-expert slaat alarm: Neocons hebben met moord op Khamenei een veel gevaarlijker monster gecreëerd
In dit artikel:
Toen de Iraanse leider in de openingsfase van het conflict werd gedood, vierden neoconservatieven in Washington en politieke steunverleners in Den Haag de gebeurtenis als een verzwakking van het regime. De Amerikaanse veiligheidsexpert Robert A. Pape waarschuwt echter dat die inschatting gevaarlijk naïef is. In zijn analyse — onder de titel "Harder Successor Problem" — stelt hij dat opvolgers die hun positie erven na de gewelddadige dood van een voorganger vaker kiezen voor sterke, escalatoire acties om hun gezag te vestigen.
Pape legt uit dat een nieuwe leider meteen onder enorme druk staat van militaire elites, revolutionaire facties en interne rivalen. Vroege concessies of de-escalatie zouden intern als zwakte worden gezien, waardoor agressie vaak politiek noodzakelijk wordt om legitimiteit te verwerven. Historische voorbeelden laten volgens hem zien dat onthoofding van regimes niet zelden leidt tot hardere, havikachtige opvolgers in plaats van gematigden.
Direct gevolg: markten hebben al gereageerd — de olieprijzen stegen omdat beleggers de kans op een langer en breder conflict inprijzen. Pape belt in zijn nieuwsbrief "Escalation Trap" de alarmbel en schetst drie signalen om te volgen die kunnen aangeven hoe catastrofaal de koers van de nieuwe leider zal zijn; de artikeltekst noemt de marktreactie als eerste duidelijk teken.
De kernboodschap is dat het beleid van "de leider wegbombarderen" een boemerang kan zijn: in plaats van vrede te brengen kan het een zwaardere, duurdere en meer gewelddadige fase van oorlog veroorzaken waarbij burgers opnieuw de dupe worden. Pape roept daarmee op tot realisme over de geopolitieke gevolgen van zulke acties en waarschuwt tegen jubelende beleidsmakers die de escalatierisico's onderschatten.