Tolheffing in de Straat van Hormuz? Ook Iran moet zich houden aan de 'grondwet' van de oceanen

zondag, 12 april 2026 (18:13) - De Volkskrant

In dit artikel:

Iran heeft aangekondigd tol te willen heffen op scheepvaart door de Straat van Hormuz, de smalle zeestraat tussen Iran en Oman waar een groot deel van ’s werelds olie- en gasvloot passeert. De stap is bedoeld om inkomsten te genereren en politieke druk uit te oefenen, maar stuit op juridische, praktische en economische barrières.

Waar en wie: de maatregel betreft de Straat van Hormuz, een strategische choke­point waar dagelijks vele miljoenen vaten olie en grote volumes LNG langs varen. Iran is initiatiefnemer; getroffen zijn rederijen, oliemaatschappijen en landen die afhankelijk zijn van energie-uitvoer via die route.

Juridische kaders: internationaal zeerecht (UNCLOS) kent het principe van “transit passage” door internationale zeestraten en het recht op ongestoorde doorgang. Dat beperkt wat kuststaten kunnen verlangen of afdwingen. Iran beroept zich echter op soevereine rechten rond zijn kust en eilanden, wat diplomatieke en juridische onduidelijkheid oplevert — mede omdat sommige betwiste eilanden (bijvoorbeeld met de Verenigde Arabische Emiraten) de reikwijdte van Iran’s territoriale wateren beïnvloeden.

Wat kan Iran feitelijk doen: formeel kan Iran tol of vergoedingen proberen op te leggen, inspecties uitvoeren of passage bemoeilijken. In de praktijk is afdwongen ervan risicovol: internationale verontwaardiging, juridische klachten, hogere verzekeringspremies en mogelijk militaire escorts door westerse marines kunnen het initiatief ondermijnen. Volledige afsluiting van de straat zou economisch en politiek escaleren en is historisch een ultiem instrument geweest dat grote reacties uitlokte.

Economische impact en opbrengst: theoretisch levert een tol per ton of per vat aanzienlijke inkomsten op — enkele dollars per vat zou Iran met miljarden per jaar kunnen helpen — maar realistisch gezien zullen hogere transportkosten, rerouting (om Afrika heen), dalende doorvoer en sancties opbrengsten drukken. Bovendien lopen ook Iran’s eigen olie-export en handel risico wanneer rederijen routes vermijden of handelspartners afhaken.

Wat anderen kunnen doen: getroffen staten kunnen protesteren via diplomatieke kanalen, juridische stappen overwegen bij internationale fora, maritieme escorts inzetten en de verzekerings- en handelspraktijken aanpassen. Bedrijven kunnen alternatieve pijpleidingen en terminals gebruiken, voorraden vergroten of scheepvaart door andere routes dwingen, wat extra kosten en vertragingen oplevert.

Kortom: de aankondiging vergroot Iran’s hefboom en zet druk op de wereldwijde energiemarkt, maar het daadwerkelijk innen van structurele tol is moeilijk te handhaven zonder aanzienlijke economische en politieke tegenreacties. De echte opbrengst ligt deels in signaalwaarde en onderhandelingskracht; de concrete financiële winst is onzeker en afhankelijk van hoe hard andere landen en de scheepvaartsector reageren.