Tofik Dibi, lijsttrekker van Bij1: 'Ik was de 'moedige Marokkaanse homo', tot ik me uitsprak over Gaza'
In dit artikel:
Tofik Dibi keert als lijsttrekker van Bij1 terug in de Amsterdamse politiek met de ambitie de partij weer zichtbaar te maken in de Stopera en het stadsbestuur scherp te bevragen. Bij de campagneopening in de Melkweg veroorzaakte hij meteen een kleine rel door het woord “zwartrijders” te gebruiken over zwartrijdende reizigers; een partijgenoot corrigeerde hem, waarna Dibi toegaf het woord niet meer te zullen gebruiken. Zijn toon is confronterend: “Niemand staat boven kritiek, ook bestuurders niet,” zei hij.
Dibi (45) was de afgelopen jaren bestuursadviseur in Nieuw‑West maar kwam onder vuur te liggen door publieke uitspraken over Gaza en Israël. Bewoners dienden klachten in, er gingen vragen naar de ombudsman en burgemeester Femke Halsema noemde hem naast ambtenaar ook opiniemaker. Dibi zegt dat juist bij dat onderwerp de politieke druk ontstond en verdedigt zijn keuze om zich uit te spreken: hij voelde zich door gebeurtenissen in Gaza “op moleculair niveau” veranderd en kreeg signalen van inwoners die vonden dat er eindelijk iemand sprak.
Hij ontkent antisemitisme maar erkent dat kritiek op Israël snel als zodanig bestempeld kan worden. Dibi beschrijft hoe organisaties als CIDI, het Centraal Joods Overleg en het Nieuw Israëlietisch Weekblad volgens hem effectief druk uitoefenen op bestuurders en de publieke agenda kunnen bepalen. Daardoor, stelt hij, werden zijn uitspraken politiek opgepakt. In het debat over concrete beweringen — bijvoorbeeld dat Israëlische “soldaten” de stad “kort en klein” zouden hebben geslagen of dat taxichauffeurs zich “ondergedoken” hielden — nuanceert Dibi: hij vindt bepaalde leuzen en acties grensoverschrijdend, en verwijst daarnaast naar individuele getuigen en het gevoel van onveiligheid onder mensen met een Arabisch uiterlijk tijdens het nationale debat over terrorisme en integratie.
Een belangrijk punt in zijn campagne is het onderscheid tussen kritiek op de staat Israël en antisemitisme. Daarom pleit Dibi ervoor dat Holocausteducatie en antisemitisme‑cijfers niet door pro‑Israëlische lobbygroepen maar door onafhankelijke of Joodse instellingen (hij noemt onder meer de Anne Frank Stichting) worden behandeld.
Als oud‑ambtenaar zegt hij te hebben gezien dat het beleid in de stad te vaak ongelijk investeert: grote stadsdelen als Nieuw‑West en Zuidoost blijven achter, voorzieningen, openbaar vervoer en budgetten komen per inwoner minder toe. Waar het college sinds 2018 meer aandacht heeft gegeven, was dat volgens hem veelal incidenteel; hij wil structurele gelijkheid en “geen kruimels meer”. Als lijsttrekker belooft hij compromisloos op te treden tegen racisme en voor wie volgens hem niet meetelt in de stad, en stelt dat de gemeenteraad kritischer had moeten zijn na incidenten als rond Maccabi, waarbij hij vindt dat Halsema had moeten worden aangesproken.
Persoonlijk noemt Dibi Halsema een politieke leermeester die hem heeft gevormd, maar hij zegt niet terug te deinzen voor kritiek op haar als dat nodig is. Hoewel Bij1 in 2022 bestuurlijke ervaring opdeed in Zuidoost — met bestuurder Vayhishta Miskin als voorbeeld van concrete resultaten — ziet Dibi zichzelf niet als uitvoerend bestuurder: hij wil actief politicus blijven, de strijd aangaan in de raad en dit onderwerp vanaf dag één prioriteit maken.