Toeslagen ging uit van €0 vermogen, het bleek €235.129: moeder moet al haar kindgebonden budget terugbetalen
In dit artikel:
Een moeder kreeg voor 2023 een voorschot van €2.468 aan kindgebonden budget. Dienst Toeslagen ging daarbij uit van geen vermogen en een inkomen van ongeveer €70.000. Nadat de Belastingdienst haar definitieve gegevens had vastgesteld, bleek haar toetsingsinkomen €90.444 te bedragen en had zij op 1 januari €235.129 aan vermogen. Daarom stelde Toeslagen haar recht op kindgebonden budget definitief vast op nul en vorderde het voorschot terug. Met €19 rente kwam het terug te betalen bedrag uit op €2.487.
De moeder verloor haar bezwaar, haar beroep bij de rechtbank en haar hoger beroep bij de Raad van State. Daar stelde zij nog dat Toeslagen had moeten uitleggen waarom haar aanbod tot mediation was afgewezen. De Raad oordeelde op 30 september dat dit niet nodig was, omdat mediation vrijwillig is en een afwijzing geen besluit vormt waartegen die motiveringsplicht geldt.
De zaak illustreert dat toeslagen eerst als voorschot worden berekend op basis van schattingen. Voor het vermogen telt uitsluitend de stand op 1 januari. Wie op die datum boven de vermogensgrens zit, heeft dat hele jaar geen recht op kindgebonden budget, ook niet als het vermogen later daalt. In 2026 ligt de grens op €146.011 voor iemand zonder toeslagpartner en €184.633 met een toeslagpartner. Een vermogen dat pas later in het jaar ontstaat, beïnvloedt het recht pas vanaf het daaropvolgende jaar als het dan nog aanwezig is.
Ook een hoger inkomen dan geschat kan leiden tot terugbetaling, bijvoorbeeld door een bonus of een hoger inkomen van de partner. Wie een voorschot krijgt, doet er daarom goed aan wijzigingen direct door te geven en de definitieve berekening in Mijn Toeslagen met de laatste voorschotbeschikking te vergelijken.
Vandaag Inside: Noa Lang was dicht bij terugkeer naar Eredivisie-club: 'Dat weet iedereen toch...'