Toen mijn vrouw zei een nacht op Ameland te blijven, vroeg jongste zoon: 'Kun jij ook niet even ergens heen?' | column Herman Sandman
In dit artikel:
Ik was al jaren niet meer op Ameland geweest. Mijn vrouw kreeg een uitnodiging voor de verjaardag van een oud-collega uit Ameland en onze jongste zoon suggereerde spontaan dat we ook even weg konden — zo ontstond een kort verblijf van vier dagen, inclusief drie overnachtingen en een bezoek aan het feest van de zeventigjarige.
Tijdens de overtocht, die ongeveer drie kwartier duurde, voelde ik veel nostalgie. Ik dacht terug aan de zomer van 1985, de laatste vakantie van mijn schooltijd, toen ik daar met twee buurjongens kampeerde. Die herinnering markeert voor mij ook een levensfase: militaire dienst, de eerste baan bij de krant, uit huis gaan en tien jaar later mijn vrouw ontmoeten. De eilanden en de overtocht roepen nog steeds dat vertrouwde Nederland op waarin ik opgroeide.
Op de boot zag ik jonge ouders met kinderen die met simpele spelletjes en opgewonden uitroepen de zee begroetten — een contrast met mijn mijmering over vroeger. Ik miste een gelezen klassieker over de avondboot, maar genoot desondanks van de herkenbare sfeer: het grijze water, de kille lucht en het gevoel even ergens anders te zijn.