Toen een kleine meerderheid van de kijkers begrip had voor verkrachting binnen het huwelijk
In dit artikel:
Met een gevonden cassette van de volledige BBC-serie The Forsyte Saga bracht de auteur zijn kerst door met twintig uur klassieke televisie — in kamerjassen, verslingerd aan een drama dat in 1967 de Britse zaterdag- en zondagavonden platlegde en na de laatste aflevering achttien miljoen kijkers trok. De zwart‑witserie, gebaseerd op de romans van John Galsworthy, volgt drie generaties welgestelde industriëlen van circa 1878 tot de jaren twintig en draait om bezit, hypocrisie en hartstocht. Centraal staat Soames Forsyte: een koel, materialistisch financier die bezit ziet als hoogste goed — ook als het gaat om zijn jonge vrouw Irene. Hun huwelijk ontspoort; Irene zoekt troost bij een architect en wordt later door Soames verkracht, een scène die de serie tot een cultureel icoon maakte.
De uitzendingen leidden in 1967 tot massale maatschappelijke ontregeling: stroompieken, talkshows waarin mensen de Forsytes behandelden als echte familie, en opiniepeilingen die onthulden hoe verdeeld publiek en commentatoren waren. Een BBC-enquête liet zien dat een meerderheid enig begrip had voor Soames’ gedrag, ondanks dat de show en Galsworthy de verkrachting afkeurden. Die discussie weerspiegelde diepere opvattingen over huwelijk, eigendom en gender.
In Nederland was de impact vergelijkbaar: de VARA had de rechten, zondagavond kwam ook hier tot stilstand en er werd met ludieke acties gereageerd — mannen mochten zich melden als mogelijke Nederlandse Soames en drie genomineerden kregen een erepenning uitgereikt door Mies Bouwman. Die maakte echter in haar show een parodie op The Forsyte Saga, wat heftige kritiek opleverde in kranten en van tv‑critici; Henk van der Meijden en anderen vonden de persiflage respectloos, terwijl sommigen de grap geestig noemden.
De auteur reflecteert dat, hoewel tijden veranderen en houdingen ten opzichte van masculiniteit en misbruik nu anders geïnterpreteerd worden, de volkswoede en hypocrisie van toen opvallend veel overeenkomsten vertoont met hedendaagse publieke verontwaardiging. Als voetnoot wijst hij erop dat actuele affaires zoals het toeslagenschandaal en het Groningse gasdossier niet uit de publieke belangstelling mogen verdwijnen.