Toen de politiepost aan de Kattenburgergracht werd verbouwd, mocht Baantjer naar de Blankenstraat
In dit artikel:
Rond de eeuwwisseling dreigde de herkenbare bureauomgeving van tv-rechercheur De Cock te verdwijnen toen de voormalige politiehulppost aan de Kattenburgergracht door het Gemeentelijk Woningbedrijf werd omgebouwd tot dertien appartementen. Omdat men vreesde dat de populaire televisiebewerking van Baantjers romans daardoor mogelijk uit Amsterdam zou verhuizen, bood het gemeentebestuur een oplossing: wethouder Pauline Krikke verstrekte een tijdelijk huurcontract voor gebouw De Engel in de Blankenstraat aan John de Mol Produkties.
De Engel, oorspronkelijk in 1952 gebouwd als oliefabriek, kende een veelheid aan functies — werkplaats voor bontbewerking, wijkcentrum, buurthuis, kinderopvang en Marokkaans jongerencentrum — en dankt zijn naam aan het engelbeeld op de verkorte schoorsteen. Het pand fungeerde vervolgens als nieuwe filmset voor de serie en was goed voor minimaal honderd opnamedagen, waardoor De Cock en zijn assistent Vledder in Amsterdam konden blijven opereren.
De schrijver Albertus Cornelis (Appie) Baantjer, zelf vanaf 1945 politieagent in Amsterdam en van 1955 tot zijn pensioen in 1983 rechercheur op bureau Warmoesstraat, verwerkte zijn ervaring in zeventig misdaadromans. Bekende zaken uit zijn loopbaan, zoals de onopgeloste moorden op Chinese Annie en Magere Josje, voedden zijn verhalen en droegen bij aan de populariteit van de boeken en de televisiebewerking. De verhuizing van de set naar De Engel zorgde ervoor dat het nostalgische Amsterdamse decor van de serie behouden bleef.