Tobi Dahmen tekende het oorlogsverleden van zijn Duitse familie: 'Iedereen was onderdeel van het apparaat'
In dit artikel:
Tobi Dahmen, een in Nederland woonachtige Duitse striptekenaar (55), publiceert met Columbusstraat een omvangrijke graphic novel over het oorlogsverleden van zijn eigen familie. Het boek telt 528 pagina’s en bevat onder meer een getekende stamboom en brieven uit het familiearchief. Dahmen werkte er acht jaar aan: vier jaar onderzoek en vier jaar tekenen. De Nederlandse editie verschijnt na eerdere succesvolle ontvangst in Duitsland.
De concrete aanleiding voor het project was de dood van Dahmens vader in 2015; dat zette hem ertoe aan om de vaak gefilterde en zwijgende familieverhalen te reconstrueren. Hij baseerde zich op interviews met familieleden en op brieven van twee ooms die aan het oostfront dienden: oom Eduard sneuvelde in Rusland, oom Peter werd overgeplaatst naar Italië en raakte daar krijgsgevangen. Dahmens vader was tijdens de oorlog te jong om te vechten, maar maakte de periode wel bewust mee, grotendeels op het platteland.
Dahmen, sinds 2008 in Nederland en bekend van de autobiografische Fietsmod (2018), maakte Columbusstraat grotendeels digitaal; dat gaf hem flexibiliteit om op verschillende plekken te werken. In de vormgeving en narratie combineert hij persoonlijke getuigenissen met documentair materiaal. De brieven zijn gecensureerd en geven slechts gefragmenteerde inkijkjes, maar bevatten soms directe hints naar oorlogsmisdaden. Dahmen zoekt in het boek een evenwicht tussen mededogen voor individuele familieleden en het erkennen van collectieve verantwoordelijkheid: zijn familie, stelt hij, volgde de gangbare ontwikkeling in veel Duitse gezinnen — aanvankelijk verbaasd door het verlies aan vrijheden, later meegaand met het regime, deels door economische verbeteringen of sociale druk.
Cruciale thema’s in Columbusstraat zijn de complexiteit van schuld en betrokkenheid, de rol van Wehrmacht-eenheden aan het oostfront en hoe fronttroepen het mogelijk maakten dat in bezette gebieden massamoorden konden plaatsvinden. Dahmen benadrukt dat ook lokale onmenselijkheden in Duitsland zichtbaar waren — bijvoorbeeld Joden die bij bombardementen geen toegang tot schuilkelders kregen en moeten puinruimen — en dat veel Duitsers daarom wel degelijk iets van de brutaliteit konden hebben opgemerkt, ook al wisten ze misschien niet van de industriële vernietiging in Polen.
De publicatie leidde in Duitsland tot veel aandacht; lezingen van Dahmen roepen emotionele reacties op en verbinden het verhaal van zijn familie aan dat van vele andere families. Voor de lezingen gebruikt hij fragmenten uit het boek, live voordracht en projecties van tekeningen. Hoewel Columbusstraat in 1945 eindigt, ziet Dahmen het verhaal als onvoltooid: hij werkt al aan een tweede deel dat de nasleep en het lot van zijn familie in de naoorlogse periode, onder meer in de Sovjetbezetting van Oost-Duitsland, moet belichten.
Kortom: Columbusstraat is een grondige, persoonlijke reconstructie van hoe één familie betrokken raakte bij en werd gevormd door de Tweede Wereldoorlog, waarin archivalia en beeldverhaal samen een genuanceerd beeld oproepen van medeleven, verantwoordelijkheid en collectieve geschiedenis.
De Oranjezomer: Gedragstherapeut heeft slecht nieuws voor Raymond van Barneveld: 'Ga je nooit meer vanaf komen'