TNO waarschuwt: stop met dichtmetselen gasputten Groningen, acuut gastekort is denkbaar
In dit artikel:
Nederland stort een groot deel van zijn eigen gasreserve onherroepelijk opzij terwijl de import juist toeneemt. Onder Groningen ligt nog ongeveer 550 miljard m3 aardgas — ruim voldoende voor circa 18 jaar Nederlands verbruik (Nederland verbruikt ~30 miljard m3 per jaar) — maar de NAM voert met zo’n 200 medewerkers en een budget van €2 miljard een ontmantelingsoperatie uit. Ongeveer 70 van de 300 putten zijn al afgedicht; productiebuizen van kilometers lengte worden weggehaald en boorputten op meerdere dieptes volgestort met cementpluggen van 50–100 meter. De planning is dat binnen tien jaar alle putten en installaties zijn verwijderd en het veld definitief is afgesloten.
TNO, de Mijnraad en Gasunie waarschuwen dat het volledig afdichten van Groningen risico’s met zich meebrengt voor de energiezekerheid. Zij pleiten ervoor een deel van het veld als strategische reserve intact te houden — niet voor commerciële winning, maar als noodvoorraad vergelijkbaar met de strategische oliereserve die Nederland sinds de oliecrisis kent. René Peters (TNO) wijst erop dat Groningen snel grote hoeveelheden gas kan leveren en daarmee kan optreden bij ernstige verstoringen van de wereldwijde aanvoer.
De experts schetsen realistische ramp‑scenario’s: een opgeblazen gaspijpleiding, een blokkade van de Straat van Hormuz waardoor LNG‑stromen uit het Midden‑Oosten opdrogen, of geopolitieke tegenmaatregelen vanuit de Verenigde Staten die de aanvoer van Amerikaanse LNG beperken. In die gevallen zou Nederland, dat nu zo’n 80% van zijn gas importeert, kwetsbaar blijken als het eigen veld onbruikbaar is gemaakt.
Politiek en publiek debat spelen een grote rol. De sluiting van Groningen is bij wet vastgelegd en het huidige kabinet bevestigde in het regeerakkoord dat het veld gesloten moet blijven; volgens de tekst van het artikel wordt over die keuze nauwelijks meer gediscussieerd vanwege “gevoeligheid”. Tegelijk is er brede erkenning van het leed dat gaswinning de Groningers heeft berokkend: aardbevingsschade, lange procedures en compensatiekwesties zijn nog vers in het geheugen. Tegenstanders van het behoud van enige voorraad benadrukken het belang van veiligheid en herstel voor de regio, voorstanders wijzen erop dat een strategische reserve geen terugkeer naar grootschalige winning hoeft te betekenen, maar een verzekering tegen externe schokken.
Kortom: Nederland staat voor een keuze tussen definitieve afsluiting van een grote eigen energiebron en het bewaren van een beperkt, noodgericht opslagpotentieel. De discussie draait om energiezekerheid, de gevolgen voor Groningen en de politieke prioriteiten rond klimaat en veiligheid.