Tjibbe Joustra: hoe de banencarrousel van de overheid werkt
In dit artikel:
De loopbaan van Tjibbe Joustra wordt in het artikel aangevoerd als voorbeeld van de Haagse ‘banencarrousel’: topambtenaren kunnen na een bestuurlijke misstap snel opnieuw een invloedrijke functie krijgen.
Joustra werd in januari 2002 voorzitter van de raad van bestuur van het nieuwe UWV, dat na een grote fusie was opgericht. Hij vertrok in februari 2004 na ophef over de inrichting en verbouwing van het hoofdkantoor. De kosten vielen volgens aangehaalde bronnen bijna 4 miljoen euro hoger uit dan aanvankelijk begroot, een overschrijding van ongeveer 11 procent. Vooral de bestuursverdieping was uitzonderlijk duur ingericht: de kosten bedroegen daar 1.149 euro per vierkante meter, tegenover gemiddeld 771 euro voor het hele gebouw en destijds 350 tot 600 euro als gebruikelijke norm van de Rijksgebouwendienst. Minister Aart Jan de Geus zou hierover onvoldoende en te laat zijn geïnformeerd. De Tweede Kamer sprak er in meerdere debatten schande van.
Hoewel Joustra formeel op 1 april 2004 bij het UWV vertrok, was al afgesproken dat hij binnen een jaar een passende functie in de publieke sector zou krijgen. Zijn salaris liep in de tussentijd door om hoge ontslagkosten te voorkomen. Al op 27 april werd hij benoemd tot de eerste Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb), de voorloper van de in 2012 gevormde Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De snelle benoeming leidde tot politieke en maatschappelijke kritiek, die volgens het artikel nog tot 2006 in Kamerdebatten terugkwam. De vraag of de benoeming uitsluitend inhoudelijk was gemotiveerd, bleef volgens de auteur onbeantwoord.
Joustra had daarvoor al een lange carrière in de overheid. In 1987 werd hij op 35-jarige leeftijd de jongste secretaris-generaal van Den Haag. Hij bleef veertien jaar aan het hoofd van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. In die periode speelde onder zijn verantwoordelijkheid de visfraudeaffaire, waarin Nederlandse vissers op grote schaal Europese quota zouden hebben omzeild en toezicht door de overheid mogelijk te soepel was geweest. Het artikel stelt dat Joustra zich presenteerde als iemand die regels handhaafde, maar in crises vaak vooral de ambtelijke en politieke top beschermde.
Ook latere functies riepen vragen op. In 2021 werd Joustra aangewezen om onderzoek te doen naar de beveiliging en dood van Peter R. de Vries. Critici vonden hem onvoldoende onafhankelijk, omdat het onderzoek mede betrekking had op een dienst waarmee hij eerder verbonden was. Minister Ferd Grapperhaus droeg het onderzoek uiteindelijk over aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), om het maatschappelijk draagvlak te behouden. Tijdens Joustra’s eerdere voorzitterschap van de OVV waren bovendien Kamervragen gesteld over nevenfuncties bij Struik Food Group en Food Valley, terwijl de raad onderzoek deed naar voedselveiligheid.
Volgens de aangehaalde analyse van Vrij Nederland krijgen ambtenaren uit de Algemene Bestuursdienst na een misstap vaak een nieuwe kans wanneer zij loyaal worden geacht en eerder goede resultaten hebben geboekt. Binnen de ambtelijke top zou Joustra’s UWV-kwestie zijn gezien als een operationele en financiële fout, terwijl zijn politiek-bestuurlijke kwaliteiten overeind zouden zijn gebleven. De auteur ziet daarin bewijs dat integriteit, transparantie en verantwoording in Den Haag soms minder zwaar wegen dan netwerk, loyaliteit en bestuurlijke ervaring. Dat zou bijdragen aan het afnemende vertrouwen in de Nederlandse politiek.
Vandaag Inside: Shelly Sterk wijst op belangrijk voordeel voor Max Verstappen op hobbelig Circuit of The Americas