'Timmermans-taks' tegen CO2-uitstoot gaat ons tot 70 euro per maand extra kosten. 'Ingrepen van politiek nodig'
In dit artikel:
Vanaf 2028 krijgen Nederlandse huishoudens te maken met extra kosten door de nieuwe Europese heffing op CO2-uitstoot (ETS2, ook wel de Timmermans-taks). Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) berekent dat dit voor sommige gezinnen kan oplopen tot circa 70 euro per maand bovenop bestaande stijgingen; kleinere huishoudens met minder verbruik zien naar schatting een toename van ongeveer 10–20 euro per maand. Het kabinet wordt opgeroepen snel compensatie te regelen om financiële problemen, vooral bij kwetsbare groepen, te voorkomen.
Wie het hardst wordt geraakt zijn huishoudens die afhankelijk blijven van benzine/diesel en slecht geïsoleerde woningen. Een huishouden in een grote vrijstaande woning dat 20.000 km per jaar rijdt kan volgens het rapport tussen 30 en 70 euro extra per maand kwijt zijn. Huurders hebben vaak weinig invloed omdat investeringen in isolatie of een warmtepomp van de verhuurder afhangen. Huishoudens met een elektrische auto en een volledig elektrische warmtepomp zouden daarentegen geen extra heffing betalen.
De prijs van uitstootrechten wordt op de Europese markt bepaald en zal waarschijnlijk stijgen naarmate het emissieplafond strakker wordt. Dat is juist het doel: bedrijven dwingen te verduurzamen. Maar het PBL waarschuwt dat die oplopende CO2-prijs de kloof vergroot tussen huishoudens die wel kunnen investeren in maatregelen en zij die dat niet kunnen. In Nederland kampen volgens TNO ruim een half miljoen huiskamers met energiearmoede; ook sommige middeninkomens met koopwoning lopen vast in hun energierekening. Daarnaast kan de combinatie van het aflopen van accijnskortingen en ETS2 de benzineprijs met zo’n 13 cent per liter opdrijven.
Als oplossing adviseert het PBL om naar buitenlandse voorbeelden te kijken, waar men compensatie geeft via een vast bedrag per inwoner (bijv. Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland). Dat houdt de CO2-prijs als prikkel voor verduurzaming intact, terwijl relatief armere huishoudens proportioneel meer hulp krijgen. Het planbureau benadrukt dat het aan de politiek is om te bepalen welk prijsniveau acceptabel is en welke compenserende maatregelen snel moeten worden ingevoerd.