Tim Prins ziet Spelen aan zich voorbij gaan, schaatsbond wijst Marcel Bosker aan
In dit artikel:
De KNSB heeft donderdagmiddag de definitieve olympische ploeg bekendgemaakt, waarbij de selectie na het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) in Thialf tot felle discussies leidt. Technisch directeur Remy de Wit stelde dat de bond „een groep [heeft] willen samenstellen die in Milaan de meeste kans heeft op medailles”. Die keuze werd kostbaar voor Tim Prins: hij verliest zijn plaats aan Marcel Bosker omdat de bond Bosker nodig acht voor de ploegenachtervolging naast Chris Huizinga en Stijn van de Bunt.
Het selectieproces berust op een ingewikkelde ‘matrix’ die op basis van een rekenmodel en recente prestaties bepaalt welke afstanden prioriteit hebben; de OKT-uitslagen vullen die matrix in. Daarnaast heeft de KNSB drie aanwijsplekken om schaatsers die niet via het OKT gekwalificeerd zijn tóch te selecteren, bijvoorbeeld om toppers te beschermen tegen pechgevallen. Omdat het elftal is beperkt tot negen mannen en negen vrouwen, gaat een aanwijsplek vaak ten koste van iemand anders — in dit geval Prins, ondanks zijn derde plaats op de 1.500 meter bij het OKT. Prins was al eerder gekwetst door het mislopen van kwalificatie op de 1.000 meter met slechts 0,005 seconden verschil.
Kjeld Nuis profiteert van de beslissing en mag ondanks zijn vierde plek op het OKT in Milaan-Cortina uitkomen op de 1.500 meter. Nuis uitte tijdens het OKT scherpe kritiek op de regels van de KNSB, vooral nadat zijn vriendin Joy Beune haar plaats op de 1.500 meter verspeelde; Beune kreeg geen clementie en een verzoek tot aanwijzing werd afgewezen.
Bij de vrouwen is het beeld overzichtelijker: Antoinette Rijpma-De Jong, Femke Kok en Marijke Groenewoud vormen de selectie voor de 1.500 meter. Jutta Leerdam kreeg een aanwijsplek op de 1.000 meter vanwege haar eerdere dominantie op die afstand, ondanks een val tijdens het OKT. Naomi Verkerk, die als derde op de kilometer finishte, valt als tiende vrouw buiten de definitieve selectie.