Tijdstip overlijden cruciaal bij moordonderzoeken: 'Alle beweringen worden eraan gerelateerd'

donderdag, 28 augustus 2025 (12:17) - Het Parool

In dit artikel:

Bij de opleiding Forensisch Onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam staat het bepalen van het tijdstip van overlijden centraal: het vormt het begin van de onderzoekstijdlijn voor rechercheurs en helpt alibi’s en camerabeelden te beoordelen. Docent-onderzoeker Brent Maagdelijn legt uit welke sporen forensen gebruiken en hoe omgevingsfactoren de ontbinding beïnvloeden.

Direct na de dood beginnen processen die aanwijzingen geven over het overlijden. Lijkstijfheid (rigor mortis) treedt meestal binnen één tot vier uur op en verdwijnt na ongeveer twee dagen; lijkvlekken (livor mortis) verschijnen al vanaf een half uur doordat bloed naar het laagste punt zakt. Als een vlek niet past bij de aangetroffen ligging van het lichaam, wijst dat op verplaatsen na overlijden. De lichaamstemperatuur vormt een andere indicator: met gewicht, lichaams- en omgevingstemperatuur kun je via tabellen een ruwe schatting maken, maar nooit een exact uur.

Onderhuids zetten bacteriën, die bij leven de spijsvertering en afweer ondersteunen, na de dood de afbraak in gang. Binnen enkele dagen zwelt een lichaam door gassen, verkleurt het groen of paars, ontstaan blaren en kan het openscheuren waarbij typische lijkgeuren vrijkomen. In de actieve ontbindingsfase versnellen insecten het proces door tissue te eten en eitjes te leggen; maden verorberen vervolgens weefsel. In warme, vochtige omstandigheden gaat ontbinding veel sneller; in droge woestijngebieden kan mummificatie optreden. Na ongeveer tien dagen neemt de snelheid af; na enkele weken tot een jaar resteert uiteindelijk skelet, haar en tanden. Ook bodemsoort, medicijngebruik van het slachtoffer en begravingsdiepte beïnvloeden het tempo: zuurstofrijke, microbe-rijke grond versnelt ontbinding; bepaalde medicijnen kunnen insecten afstoten en het proces vertragen.

De HvA doet praktijkonderzoek naar deze processen. Maagdelijn en collega’s meten welke gassen wanneer vrijkomen tijdens ontbinding om die gaspatronen te koppelen aan het tijdstip van overlijden. Experimenten lopen op de onderzoeksbegraafplaats Arista, waar varkensvlees — qua spier- en vetstructuur vergelijkbaar met menselijk weefsel — boven- en gedeeltelijk begraven wordt bestudeerd. Daarnaast onderzoeken ze ondiepe graven om te bepalen hoe lang dader-DNA (vingerafdrukken, bloedsporen) nog terug te vinden is en hoe vegetatie boven begraven kadavers verandert; studenten vonden meer plantengroei boven kadavers van lammetjes dan elders.

De HvA werkt vaak samen met opsporingsinstanties. Voor het reconstrueren van wanneer en waar een lichaam te water ging in het Amsterdam-Rijnkanaal gebruikten ze zendertjes in sinaasappels om stromingsdata te verkrijgen, omdat grotere objecten niet toegestaan waren.

Maagdelijn benadrukt dat al deze methoden inschattingen opleveren, niet absolute tijdstippen: omgevingsvariabelen, kleding, ligging en chemische omstandigheden maken exacte datering onmogelijk. Desondanks vergroten systematische taphonomische onderzoeken de nauwkeurigheid waarmee forensische teams kunnen bepalen wanneer iemand is overleden en welke sporen nog bruikbaar zijn voor opsporing.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Gordon geeft dringend advies: ‘Doe het niet, het is levensgevaarlijk!’