Tijdreizen met Clusius in de zomer

zondag, 17 mei 2026 (07:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

In 2026 staat de Hortus botanicus Leiden in het teken van de 500ste geboortedag van Carolus Clusius; het jaarthema "Tijdreizen met Clusius" benadrukt hoe zaden, knollen en sporen tijden kunnen overbruggen en op het juiste moment weer tot leven komen. Vanaf 21 juni is bij de kassa een plattegrondje beschikbaar voor een wandeling langs tien planten die een link hebben met de periode vanaf 1900 en verschillende gedeelten van de tuin belichten.

De Wintertuin (2000) herbergt onder meer het boomvetblad (Crassula arborescens) op de tweede verdieping; die kas is speciaal ingericht voor cycas, vleesetende planten en winterberging van kuipplanten. In de Clususiustuin staat de giftige wolfskers (Atropa bella-donna), onderdeel van de reconstructie uit 1933 en sinds 2009 terug op zijn oorspronkelijke plek in de voortuin. Een inventarisatie door Ton Denters en Koen van Zoest vond in Leiden meerdere groeiplaatsen van wolfskers; mogelijk zijn deze stadsplanten nazaten van exemplaren uit kloostertuinen. De plant bloeit later in het seizoen.

Een van de pronkstukken is de reuzenaronskelk (Amorphophallus titanum), die voor het eerst in 1956 in bloei trad in de Leidse Hortus. De knollen bloeien zelden — ongeveer eens in de tien tot vijftien jaar — maar ook het blad is opvallend. De Hortus is bovendien nauw betrokken bij het internationale Flora Malesiana-project (gestart 1950) en beschikt over een unieke collectie orchideeën uit Zuidoost-Azië; niet in overweldigende showmassa’s, maar met veel bijzondere bloemvormen verspreid door het groen.

Oudere aanplantingen en bijzondere hybriden komen ook aan bod: de Bronvaux-mispel (Crataegomespilus dardari) dateert uit 1912 en is een entchimere van mispel en meidoorn, terwijl de magnolia bij de ingang (Magnolia kobus) uit 1975 in het voorjaar bloeit en nu de onrijpe vruchten toont die aan kindervuistjes doen denken. De Japanse tuin (aangelegd 1990) huisvest onder meer Hydrangea macrophylla ‘Otaksa’ — vernoemd door Von Siebold naar zijn Japanse geliefde — en een van de twee Japanse iepen (Zelkova serrata) die hij mee naar Leiden bracht. In de Varentuin, aangelegd tussen 1992 en 1994 met de Nederlandse varenvereniging, staat onder andere Venushaar (Adiantum venustum). Ook de gewone plataan (Platanus × hispanica), geleverd in 1946 en in 1962 geadopteerd door studievereniging LBC, maakt deel uit van het historisch verhaal van de tuin.

Tekst door Hanneke Jelles voor Hortus botanicus Leiden; beeld: Iris van den Akker.