„Tijdens een gebed zag ik mijn vader met gesloten ogen en riep ik door de kerk: Moeder, vader sláápt!"
In dit artikel:
Maart-Jan Bellaar Spruijt (83) is recent gedoopt, zo staat in een interview dat CGK evangelisatie publiceerde. Geboren in Leidschendam als middelste van vijf kinderen, groeide hij op met wat de familie noemt cultuurchristendom: morele waarden werden doorgegeven, maar gebed en Bijbellezen hoorden niet tot het dagelijks leven. Tijdens de oorlog en zijn jeugd in de regio herinnerde hij zich idyllische plekken als Park Leeuwensteijn en speelden er kleine, menselijke scènes die zijn jeugd kleurden.
Hij werkte bij Philips in Eindhoven en heeft later in Amsterdam, de Achterhoek en uiteindelijk Rotterdam gewoond. Samen met zijn vrouw Milo zette hij een taalschool op voor expats; hij kluste bovendien graag aan hun huis aan de Mathenesserlaan. Ondanks een kerkelijk huwelijk begreep Maart-Jan lange tijd niet wat geloof voor hem persoonlijk betekende en voelde zich eerder een “welwillende heiden”.
Zijn geloofsweg veranderde toen hij betrokken raakte bij Hart voor West: hij volgde de Alpha-cursus en voerde veel gesprekken met Cees van Breugel. Die ontmoetingen en lectuur van moderne christelijke auteurs als Tim Keller en C.S. Lewis hielpen hem tot andere inzichten te komen. Hij raakte onder de indruk van het idee van onbaatzuchtigheid in het christendom en wilde deel uitmaken van een gemeenschap. Na zijn doop ervaart hij een innerlijke wijziging: hij voelt zich opener, kwetsbaarder en begon te vertrouwen op Jezus, ook al blijft het een mysterie hoe Hij precies te bevatten is.
De doop van Maart-Jan illustreert hoe persoonlijke gesprekken, studie en gemeenschap ook op latere leeftijd kunnen leiden tot een bewuste geloofsverbintenis.