Tientallen mensen herdenken Nakba in Ieper en protesteren tegen Israël op Eurovisie: "Genocide gaat gewoon door"
In dit artikel:
Op de Grote Markt in Ieper hebben tientallen mensen op vrijdagavond 15 mei de Nakba herdacht en tegelijkertijd geprotesteerd tegen de Israëlische deelname aan het Eurovisiesongfestival en het geweld in Gaza. De Nakba — het Arabische woord voor 'catastrofe' — verwijst naar de verdrijving van honderdduizenden Palestijnen in 1948; op dezelfde dag herdenken Israëlische nationalisten Jeruzalemdag (de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967).
Tijdens een uur stilte schreven de initiatiefnemers, onder wie Wouter Sinaeve, symbolisch 144 namen op linten: één naam per leeftijdscategorie uit een database met ongeveer 80.000 Palestijnse slachtoffers. Het jongste vermelde slachtoffer was een pasgeborene van minder dan een dag, de oudste 103 jaar. De linten werden bevestigd aan de onlangs geplaatste vredestempel bij de Lakenhallen en versierd met vlaggen van lokale verenigingen; één actrice vatte de intentie samen met de leus "Names, not numbers".
Ieperse vredesambtenaar Filip Deheegher zei dat de Nakba volgens de deelnemers voortduurt: zij noemden de huidige politiek onmenselijk en wezen op doden, ontheemding en lijden van Palestijnen — niet alleen in Gaza maar ook op de Westelijke Jordaanoever. De organisatie signaleerde te weinig aandacht voor die regio: joodse kolonisten zouden olijfbomen kappen, vee weghouden en dorpen afsluiten, wat armoede en mensonwaardige leefomstandigheden veroorzaakt. Tijdens de herdenking las men elk kwartier korte teksten voor om context te geven.
De demonstranten bekritiseerden verder dat Israël ongehinderd kan meedoen aan het Eurovisiesongfestival in Wenen, terwijl landen als Rusland en Wit-Rusland geweerd werden en individuele artiesten werden uitgesloten. Volgens hen staat Europa op het punt een feest te vieren dat voor verbinding zou moeten staan, terwijl zij vinden dat ernstige mensenrechtenschendingen blijven doorgaan.