Tienduizenden IS-aanhangers zitten nog altijd in kampen en gevangenissen in Syrië: "Probleem is uitbesteed, maar niet opgelost"

dinsdag, 23 december 2025 (13:21) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen die zich bij het IS-kalifaat aansloten, zitten nog altijd in Syrische kampen en gevangenissen die door Koerdische autoriteiten worden bewaakt. Onder hen bevinden zich ook Europeanen: volgens Belgische instanties zijn 8 vrouwen en 13 mannen met België gelinkt en zijn zij geclassificeerd als 'foreign terrorist fighters'. De Koerden waarschuwen de internationale gemeenschap dat IS niet verdwenen is en vragen hulp omdat de groep weer terrein lijkt te winnen sinds de val van Assad.

De afgelopen weken kreeg IS opnieuw aandacht: bij een aanval nabij Palmyra kwamen twee Amerikaanse militairen en een tolk om het leven, en IS riep recent op tot aanslagen, expliciet ook in België, als reactie op een aanslag in Sydney. Het verhaal van IS begint na de Amerikaanse invasie van Irak in 2003, via Al-Qaeda in Irak, uitbreiding naar Syrië in 2011 en de proclamatie van een kalifaat in 2014. Hoewel het territoriale kalifaat tussen 2016 en 2019 grotendeels is verslagen — met de val van Baghouz in maart 2019 als eindpunt — blijven gewortelde netwerken, sympathisanten en buitenlandse strijders in de regio aanwezig.

Journaliste Daisy Mohr bezocht kamp Al Hol, waar ongeveer 25.000 vrouwen en kinderen verblijven. Ze vond er primitieve omstandigheden: tenten die slecht bestand zijn tegen regen, modder en kou, en gezinnen die al bijna zeven jaar vastzitten; veel kinderen kennen niets anders dan het kamp. Mannen zitten doorgaans apart in detentiecentra of gevangenissen. Veel echtparen reisden gezamenlijk af naar het kalifaat, maar zijn nu van elkaar gescheiden en weten vaak niet of hun partner nog leeft of waar die zich bevindt.

De Koerden waarschuwen voor het risico van verdere radicalisering binnen die instellingen. Mensen die mogelijk afstand willen doen van het IS-ideaal zitten dicht op elkaar met actieve extremisten, wat heropflakkering kan veroorzaken. Tijdens haar gesprekken trof Mohr zowel vrouwen die ontkenden nog IS-ideologie aan te hangen als gedetineerden die ontkennen echt gevochten te hebben; zulke verklaringen zijn lastig te verifiëren.

Internationaal terughalen van burgers loopt moeizaam. In Al Hol zitten mensen uit zo’n veertig landen, maar veel staten geven redenen waarom repatriëring stokt; volgens de Koerden maakt geen land haast om zijn burgers terug te halen. De Koerdische autoriteiten roepen daarom om steun: sinds de machtsverschuiving na Assad zouden onbewaakte militaire depots en chaos IS in staat hebben gesteld weer wapens en invloed te vergaren. Ze melden wekelijks verliezen onder hun strijdkrachten en vrezen dat ze het sterker wordende gevaar op den duur niet meer alleen kunnen tegenhouden.

Contextueel valt op dat repatriatie en vervolging politieke en veiligheidsvragen oproepen — van bewijsvoering tegen returnees tot opvang en deradicalisatie — wat verklaart waarom veel landen terughoudend blijven, terwijl de Koerden dringend internationale betrokkenheid blijven vragen.